← Table of contents
Van Slaaf tot Vorst

Note 1 — V. MAAGDENROOF.

Reading edition

„Luister naar mij, geliefde! Ik heb vele schoone vrouwen gezien; op mijn wenk vallen prinsessen in mijn armen want ik ben een vorstenzoon, en zie, sinds ik u zag—weet ge nog wel toen gij in den kraton mijns vaders verscheent, om hem uw hulde van vruchten en bloemen te brengen—kende ik slechts een wensch, u de mijne te mogen noemen. Uw schoonheid heeft het vuur der begeerte in mijn hart ontstoken, ik slaap niet meer, want uw beeld vervolgt mij zelfs in den droom. Ik neem het met mij mede op mijn tochten, in de hoffeesten overal zie ik u, zoetste der vrouwen, ster, die alle sterren doet verbleeken; al daalde een widadaran1 op aarde neder, zij zou zich moeten verschuilen om niet overwonnen te worden door uw bekoorlijkheden want zelfs Bromo’s gemalin, moet voor u onderdoen. Ge zijt een koningin gelijk in schoonheid en in zachtheid, in innemende bevalligheid, in fiere houding, gij zult het ook wezen in macht want ik zal u kronen met bloemen en met juweelen als mijn wettige gemalin, als mijn vorstin, ik zal de volkeren dwingen u hulde te betuigen als gij toestemt de mijne te worden.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings