← Table of contents
Van Slaaf tot Vorst

Note 1 — III. VADER EN ZONEN.

Reading edition

Wirajoeda nam afscheid; Koesoemo steeg van zijn paard om in een draagstoel plaats te nemen, waar hij voor zijn verouderde ledematen meer rust kon vinden gedurende den nachtelijken tocht. Soerapati reed alleen vooruit, diep in gedachten verzonken; zijn wonderbare levensloop ontrolde zich in breede tafereelen voor zijn geest; hij zag zich weer jong, krachtig, zoo juist der slavernij ontloopen, het hart vol liefdesmart; hoelang was dat geleden? En de strijd in die bosschen, het ongeregelde rooversleven, door den korten soldatentijd gevolgd, toen de crisis in Tji-Kendoel, de reis naar Karta-Soera, de wanhopige worsteling aldaar en eindelijk de veroveringstocht in Java’s oostelijke gewesten. Toen hij daar verscheen was alles hem te voet gevallen; hij nam bezit van Madioen en Kediri als stedehouder des Keizers, hij zette de Regenten af en stelde zijn vrienden in hun plaats; in Pasaroean en het Tengergebergte, waar de leer van Mahomed nog slechts zeer oppervlakkig doorgedrongen was, vereerden de volgelingen van Batoro Goeroe hem als een afgezant uit den Soeraloyo.1

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings