← Table of contents
Vaders en Zonen

Note 1 — XXVII.

Arn. Saalborn translation

Op het Brühlterras te Dresden kan men des middags tusschen twee en vier uur, den fashionable wandeltijd, een vijftiger zien wandelen, geheel grijs, en die jichtig schijnt, maar nog knap en elegant, en met dat bizondere cachet, dat onmiddellijk den man van de wereld verraadt. Deze wandelaar is niemand anders als Paul Petrowitsj Kirsanof. Hij heeft Moscou om gezondheidsredenen verlaten en zich in Dresden gevestigd, waar hij hoofdzakelijk omgaat met Engelsche en Russische vreemdelingen. Tegenover de Engelschen gedraagt hij zich bescheiden, maar altijd waardig. Zij vinden hem min of meer vervelend, maar zeggen, dat hij een perfect gentleman is. In den omgang met de Russen gevoelt hij zich meer behagelijk, laat zijn galgenhumor den vrijen teugel, bespot zich zelf en spaart de anderen evenmin. Maar er is in zijn houding een prettig aandoend zich laten gaan en hij komt nooit in botsing met den goeden toon en de waardige levenshouding. Hij is het buitendien eens met de opvattingen der slavophielen en zooals men weet wordt deze opvatting in de Russische beau monde zeer gedistingeerd gevonden. Hij leest geen Russische boeken, maar op zijn schrijftafel staat een zilveren „lapot”1 als aschbak. Russische reizigers bezoeken hem dikwijls. Zoo ook Mathias Ilitsj Koliazin, die tegenwoordig in de oppositie is, en hem zijn opwachting kwam maken op een reis door de Boheemsche badplaatsen. De inwoners van Dresden, met wie hij overigens niet omgaat, schijnen een soort vereering voor hem te koesteren.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings