Note 15 — Uit die Dagverhaal van Jan van Riebeeck.
Reading edition
Hemelsvaertsdagh den 6 dito is des morgen voor de predicatie, den gemelten oversten der Gorachouquas ende gevolgh met wedervereeringen van coper, cralen, tabacq ende pijpen begifticht, wel de dubbelde waerde van de voorsz. koebeesten, ende na de predicatie oock getracteert wordende met eeten ende drincken, mitsgaders de baly met aracq ende brandewijn ondereen gemengt, midden in ’t pleyn van ’t fort, open gestelt sijnde met een locjen15 daerin, soopen dit volcq soo droncken ende vol, datter de seltsaemste cuyren van de werelt aengesien wierden, soo met singen, dansen, springen ende meer andre vreemde continantien, vallende nu den eenen, dan den anderen van dronckenschap onder de voet, welcke dan van die nogh wat schappelijck waren, opgenomen, buyten ’t fort gedragen ende aldaer in ’t gras te slapen geleyt wierden, behalven den voorsz. oversten, die hem redelijck schappelijck hielt ende sigh niet boven halff vol en dronck, neffens drie a 4 van sijn oudsten, dogh eenige van die schenen haer echter niet te cunnen onthouden mede te danssen, ende de wijven clapten soo hard in de handen, dat men ’t wel 150 roeden buyten ’t fort hooren conde, sulcx dat sij schenen op haer maniere een heel vreedens triumph ende vreughde te houden16.