Note 3 — IV. SPELEN
Reading edition
Zij, de moeder, alzoo: Gij, wat gaat gij daar doen, wat is ’t? Gij sterft nog vroeg of laat door de slechte geesten. Waarlijk, indien gij met zulke vrienden nog volhardt, op zekeren dag, dood zijt gij zeker, dood. Gij, gij hier groot worden! Neen, neen! De oogen, indien ik ze niet opendeed, gij zoudt niet groot worden. Zulke makkers zullen u wel eens beet hebben. Speel niet meer, vader3. Hoor je het, niet waar!