Note 1 — III. TOOVENAARS en TOOVERMIDDELS
Reading edition
Indien iemand tandpijn heeft, of indien het tandvleesch gezwollen is, gaat de toovenaar een steen halen in de rivier; dan giet hij palmwijn op dezen steen, en hij neemt negen aardnoten, die hij vastbindt in een stuk vod. Alles hangt hij aan de keel van den zieke. Daarna geeft hij den palmwijn te drinken die over den steen geloopen is, en hij zegt het verbod, alzoo: Aardnoten, dat hij ze niet ete, noch vleesch, noch nsomfi, noch makaki1.