Note 2 — Heer Fungwa
Reading edition
En de jonge vrouw met den mond, alzoo: Ik ben nog niet getrouwd, maar mijn vader is dood, hij. Maar toen hij dood ging, riep hij uit, alzoo: Vandaag, ’t is mijn sterven, maar ieder man, die mijn dochter Miese trouwt, vraagt hem geen geld, maar alleenlijk dat hij den doodenzang kome aanheffen, en dat die zang zich verspreide in heel de omstreek, en hij, hij trouwt mijne dochter. Maar dien doodenzang, dat hij hem kome aanheffen, daar waar ik aan ’t droogen lig2, waar men mij beweent, ik haar vader.