Note 8 — De Ontwikkelingsfilosofie.
Reading edition
Ik kan niet nalaten er attent op te maken, hoe dit denkbeeld door Paulsen is opgevat in zijn: “Inleiding tot de filosofie,” het bekende werk, dat sedert 1892 14 drukken beleefde.
… Paulsen dan zegt (I, 2, 9):….
“Dit zou algemeen toegestemd worden, wanneer er geen bezorgdheid was, dat er aan Gods Waardigheid iets te kort zou gedaan worden, wanneer Hem het praedicaat van een persoonlijk wezen onthouden bleef. Er zou dan slechts overblijven, hem een onpersoonlijk Wezen te noemen, en daarmee zou hij in de rij der onder-menschelijke wezens gesteld worden.
“Maar deze bezorgdheid heeft geen grond …. Om echter een einde te maken aan die bezorgdheid, zou men God een boven-persoonlijk wezen (über-persönliches Wesen) kunnen noemen, niet om zijn wezen daardoor te bepalen, maar om aan te duiden, dat Gods wezen in de richting van vermeerdering, niet van vermindering van menschelijk-geestelijk leven te zoeken is.” ↑