Note 2 — HOOFDSTUK XIV.
Reading edition
Dan kunnen we aannemen, dat de eene inwerkt op de andere. Dit doet Cartesius met zijn „influxus physicus,” die een invloed van lichaam en ziel op elkaar aanneemt. Ook is het mogelijk dat een werkman telkens weer de twee klokken gelijk zet. Dit is de theorie der occasionalisten, die aannemen dat de Godheid telkens werkend optreedt2. Ten slotte kunnen we aannemen, dat een hoogst bekwaam uurwerkmaker die klokken van ’t begin af zoo nauwkeurig in elkaar gezet heeft, dat ze voortaan precies gelijk loopen. Dit is de voorbeschikte harmonie van Leibniz. Deze geeft slechts deze drie gevallen. De oplossing van Spinoza behandelt Leibniz dus niet.