← Table of contents
Twee vroolijke geschiedenissen

Note 3 — Uit den Franschen tijd. (continued 3)

Eliza Laurillard translation

Een oogenblik was het, toen de Stavenhager burgers hunnen burgemeester zoo over het veld en de slooten zagen voortjagen, alsof zij hem een vroolijk hoera wilden naroepen, en de schoenmaker Bank begon al: “Leve onze burgem...,” toen hem een Fransche geweerkolf tusschen de schouders werd geduwd, zoodat hij slechts dien wenk behoefde op te volgen, om in allerijl onder aan den berg aan te komen; de anderen gingen hem na, en in een oogenblik was de rand ledig, met uitzondering van den inspektor Bräsig, die tegen een wilgeboom leunde en daar heel bedaard zijn pijp rookte. Het zij nu dat niemand had bemerkt, dat hij te paard was gekomen, of dat de Franschen duidelijk gezien hadden, dat hij niets met de zaak te maken had gehad, daar hij ver van zijn paard af stond, althans hem werd niets gezegd. De drie overige gevangenen kregen echter dubbele wachten en werden uit den hollen weg naar het vrije veld opgebracht en van dáár, omdat dit toch een weinig droger was, onder den ouden windmolen3 naar welken de berg zijn naam heeft.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings