← Table of contents
Twee vroolijke geschiedenissen

Note 2 — Hoe ik aan eene vrouw kwam.

Eliza Laurillard translation

“Te Rümpelmanshagen, waar ik mijne eerste leerjaren als kluitentrapper2 heb doorgebracht, woonden toenmaals twee jonge flinke kerels, de een heette Wolf en was smid in het dorp, en de ander heette Kieviet en was molenaar. De smid was een slimme vos en verstond zijn ambacht; de molenaar was minder bij de hand, maar hij had geld.—Nu ging met der tijd in het dorp het praatje: “Jongens, hebt ge ’t al gehoord? De smid en de molenaar gaan beiden om Fieken en Marieken uit, de dochters van den schout en ze praten al van de bruiloft tegen St. Maarten.”—En dat kwam ook zoo uit, zij trouwden beiden op St. Maarten, en de oude schout richtte eene bruiloft aan van stavast; en wij, jongelieden van het landgoed waren ook daarop verzocht, en ik weet het nog als den dag van heden, hoe vroolijk het er toeging, want onze boekhouder Lodewijk Brookman goot mij ’s morgens eene houten kan vol bier over mijn hoofd uit en zeide, toen ik boos werd: “’t Is maar een grap!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings