Note * — CYRIEL BUYSSE
Reading edition
bron / correctie, commentaar of verklaring
(asterisk = terug naar tekst)
* 't kasteelken / "kasteelken" wordt soms met hoofdletter, soms met kleine letter, soms wel dan weer niet tussen aanhalingstekens, geschreven.
* -- / Vaak beginnen zinnen met een gedachtestreep.
* pleizier / plezier
* stamenee / van fr. estaminet. In België herberg, kroeg.
* fanfarenkorps / fanfarekorps
* hooggeleid / hoog opgeleid
* bizonder / bijzonder
* congestief / afgeleid van congestie: ophoping van bloed in enig orgaan (m.n. in het hoofd).
* karabientsjes / verkleinwoord van karabijn: handvuurwapen met korte loop.
* stanvastig / standvastig
* 't Es... / "'t Es
* viveurtje / verkleinwoord voor viveur: pretmaker, losbol.
* 'K en / "Ik" wordt bij het begin van een zin vaak als "'K" geschreven.
* 'T 'n / 't 'n
* ge zilt aan 't irfdeel goan liggen / je zal binnenkort erven
* dzjenuiver / jenever
* spiretus / van fr. spriritus, alcohol, wijngeest
* zijn in bed / in zijn bed
* gefronsd / bw. gel. (ik fronste, heb gefronst, B. fronsde, gefronsd), tot rimpels zamentrekken (het voorhoofd). (Nieuw Woordenboek der Nederlandsche taal, 1864)
* Vital / Vitàl
* om den broode / om den brode: om er de kost mee te verdienen, niet uit lust of liefde
* enigzins / enigszins
* Altroassie / altratie: emotie, opwinding
* dikkels / dikwijls
* te noaste joare / volgend jaar
* aberratie / afwijking, m.n. van psychische aard
* ankylose / gewrichtsverstijving
* hartelust / hartenlust
* koddebeier / jachtopziener, veldwachter, politieagent
* aovend / wordt op andere plaatsen "oavend" gespeld
* seeve / van seef of seve: "Sap, essentie of geest van iets." (INL)
* verbauwereerde / verbouwereerde
* detoneerden / detoneren: uit de toon vallen, lelijk afsteken
* Ça / "Ça
* getuigen? / getuigen?"
* menschen / messen
* morieljes / morielje: klein geslacht van eetbare zakjeszwammen die in het voorjaar verschijnen, gekenmerkt door een ronde of conische hoed met raatachtig oppervlak en een wat opgeblazen steel (Morchella)
* Romanée / La Romanée-Conti is de naam van een grand cru wijngaard, gelegen in het dorp Vosne-Romanée, dat tot de Côtes de Nuits (Bourgogne) behoort, en waarnaar het beroemdste wijnhuis van de Bourgogne genoemd is. De wijn heeft grote smaakreserves en wordt beschreven als "een huwelijk van satijn en fluweel". Roald Dahl noemde het proeven van deze wijn "een orgasme op de tong". Het is de duurste wijn ter wereld. (http:
* konterfeitsel / portret
* decoratie-vlammetje / speldje dat gedragen wordt in plaats van de decoratie zelf.
* kanoalde / uit het Frans: canaille
* giegelde / giechelde
* pootje / (schertsend) podagra (soort van jicht die zich openbaart door een hevige pijn in de voet, vooral in het gewricht tussen middelvoetsbeentje en grote teen)
* roturier / een niet-adellijke man of vrouw
* dérogerait van déroger: zijn rang / geboorte / afkomst / verloochenen
* Cé / C'est
* totnogtoe / tot nog toe
* gekamerd / (verouderd) (van een vrouw die een kamer op kosten van haar minnaar bewoont) op een kamer gezet.
* ongewachtste / onverwachtse
* mademoiselle? / mademoiselle?"
* bar-maid / barmeid
* paardespel / paardenspel: tent waarin paarden kunsten verrichten
* écuyère / goeder ruiter, amazone
* circkel / cirkel
* cirk / cirkel
* couranten / kranten
* groom / stalknecht, m.n. rijknecht
* ostentatie / praalzucht, pralerij
* gecontrariëerde / van contrariëren: dwarsbomen, tegenwerken
* verbauwereerdheid verbouwereerdheid
* ca / ça
* verwoed / met woede (gevoerd); synoniem: woedend
* letten / vertragen, ophouden
* aberratie / afwijking, m.n. van psychische aard
* chic-que / van chique: verbogen vorm van chic: deftig, verfijnd
* cadet / wschl. wordt hier "kadee" bedoeld, vent; "chicque cadet": deftige vent
* veur 't feit stellen / bewijzen
* depravatie / ontaarding
* marquise / markies, luifel
* " ontbreekt
* beneen / beneden
* gegiegel / gegiechel
* miserie-boompje / jeneverbes
* landbouwen / bebouwd land
* popel / populier
* leeuwetand / leeuwentand: paardenbloem
* nuchter / nuchtere
* zoekon / zoeken
* bulletijntje / van bulletin: rapport
* af / of
* Verkoop / Verkoopt
* met de thuiswacht liggen / thuis moeten blijven
* lochtijnk / (groenten)tuin, hof
* santus / santé: gezondheid
* " ontbreekt
* van doage / vandoage: vandaag
* schouw / bang
* goesting es keup / goesting doet kopen
* 't Es / "'t Es
* almets / soms
* portée / draagwijdte
* nobiljontje / (Belgisch-Nederlands, schertsend) adellijk persoon
* Meneer / "Meneer
* lizzen / laarzen
* kastrollen / kookpannen
* schoolmeestesse / schoolmeesteres
* speelreis / huwelijksreis
* patois / volkstaal, dialect
* 'k Zal / "'k Zal
* voiletten / voile, voilette, sluier
* Fritz - Suze / onduidelijk waar dit op slaat
* noaisterigge / naaister
* sampoande / champagne
* 't Dijnke mij / Ik denk
* uchtijnk / ochtend
* Wil / "Wil
* pendrons / prendrons
* reiskes / rondje
* nentraal / neutraal
* uit te lokken? / uit te lokken.
* luidpratend / luid pratend
* colback / ook kolbak; Turks kalpak (bontmuts) (verouderd) berenmuts
* isoloir / stemhokje
* gemeens mee had / gemene zaak mee had, mee te maken had
* agitant-wapperende / onrust, agitatie teweegbrengend
* kiezijnge / verkiezingen
* kiezijnje / kiezijnge
* Den / "Den
* er ou ingesteken hen / u bedrogen hebben
* zulle / drempel
* demissie / ontslag
* geweire - gewiere/ geweer
* stille," da / stille, da
* moaken... / moaken..."
* chambercloak / chamberloek, sjamberloek: Door de slavische talen en het hd. ontleend aan turksch jamurlyk, regenmantel. Daarnaast veelal de op onjuiste afleiding berustende spelling chambercloak. Kamerjapon, thans alleen van mannen, vroeger ook van vrouwen. (INL - GTB)
* fleiwte / flauwte
* ander / anders
* almets / plots
* flasselken / flesje
* 't as / 't es - ' t is
* Cest / C'est
* ziendelijngen / zienderogen
* posmiester / postmiester - postmeester
* sefeur / chauffeur
* sitoe / van Fr. aussitôt - onmiddellijk
* sebiet / straks
* lucht / licht
* 't Es / "'t Es
* famieldeziekte / familieziekte