← Table of contents
Studiën in Nederlandsche Namenkunde

Note 6 — V FRIESCHE NAMEN.

Reading edition

Nemen wij als een enkel voorbeeld om aan te toonen hoe zeer de oude, volledige namen heden ten dage in Friesland verbasterd zijn, den naam Eke in behandeling. Eke, zoo heeten eenige mij bekende Friezinnen, althans zoo worden zij in het dagelijksche leven genoemd. Eene enkele staat ook werkelijk in de kerk en ten gemeentehuize als Eke geboekt. In den regel echter, die Eke genoemd worden, staan als Eelkje te boek. Eke! korter kan het niet! Want dat ke is slechts een aanhangsel dat den verkleinvorm maakt; lam of laem, bij voorbeeld, wordt lamke, lammetje, in het Friesch. Neemt men dat aangehangene ke weg, dan blijft er van den naam Eke anders niet over als eene enkele E. Is dat nu een naam, een eigene Friesche naam? Wel neen! Eke is een vleivorm, een poppenamme van Eelkje, dat weet men nog. En de naam Eelkje is op zijn beurt weêr een verkleinvorm, door achtervoeging van het aanhangsel je, van den mansnaam Eelke. Zoo maakt men, door ze den verkleinvorm te geven, vrouwennamen van mansnamen: Pyttsje, (Pietje) van Piet (Pieter, Petrus), Baukje van Bauke (Bavo), enz. Met Eelke zijn wij intusschen nog lang niet waar wij wezen moeten. Immers de mansnaam Eelke is op zich zelven ook weêr een verkleinvorm, door achtervoeging van ke gemaakt. De Friezen toch, hierin onderscheiden van andere Germaansche volken, die slechts hunnen knapen, zoo lang ze nog kleine kinderkens zijn, met verkleinnamen noemen—de Friezen hielden en houden die namen in verkleinvormen ook in gebruik als de kinderen tot knapen en jongelingen, zelfs tot mannen zijn opgegroeid. Nevens Eelke staat Eeltje, het eerste met den Frieschen, het laatste met den Hollandschen verkleinvorm; beide mansnamen beteekenen het zelfde, beiden zijn het verkleiningsvormen van Ele. In der daad worden zij, die Eelke of Eeltje heeten, in den dagelijkschen omgang dan ook wel Ele, genoemd. Maar met Ele zijn wij ook nog niet tot den oorspronkelijken vorm des naams gekomen. Ook Ele is weêr een verkorte, een versletene vorm. Ele staat in de plaats van Edele, en is door zeer gewone uitslijting van de d (de) ontstaan. Ook in het Hollandsch zegt men wel eêl voor edel, vereêlen voor veredelen, vooral in dichterlijken stijl. Edele is de volle vorm van dezen naam, die onder ons nog in zoo menigen verschillenden verklein- en vleivorm voorkomt. Edele is een naam die eene beteekenis heeft, die eenen zin te kennen geeft. Immers de naam Edel of Edele beteekent in der daad de edele, de edele man. Edel of Edele is de nieuwere vorm van den Oud-Frieschen mansnaam Athal, dat is Adel. Zoo heette, volgens de overlevering, de tweede Prins van Friesland, de zoon van den eersten, van Friso, en hij leefde 245 jaren voor Christus’ geboorte. En Athal of Adel, dien naam hebben vele oude Friezen gedragen. Ook is de naam van het roemruchtige Oud-Friesche geslacht Adelen er van afgeleid, en niets als een patronymikum van Adel.6 De vrouwelijke vorm van Athal of Adel is Athala of Adela, en dezen naam hebben zekerlijk vele Friezinnen in den ouden tijd gedragen. Welke vader gaf niet gaarne zulken schoonen naam, schoon in beteekenis en schoon in klank, aan zijn dochterke? Ook was deze naam niet alleen bij de Friezen, maar bij alle Oud-Germaansche volken in gebruik. Ook bij de oude Franken, die gedeeltelijk de Germaansche voorouders der hedendaags geheel verwaalschte Franschen geweest zijn. De naam Adela der Frankische vrouwen is nog als Adèle bij de hedendaagsche Fransche dames in gebruik. Andere volken, niet het minst ook de Hollanders, hebben ook hier in, als in zoo menige andere zaak, de Franschen nagevolgd, en zoo is nu Adèle vrij wel een kosmopolitische naam geworden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings