← Table of contents
Studiën in Nederlandsche Namenkunde

Note 1 — V FRIESCHE NAMEN.

Reading edition

Iets soortgelijks valt ook bij de kleeding op te merken. Immers de vrouwen der Angelsassen en van andere Neder-Germaansche volken en stammen droegen algemeen het oorijzer (natuurlijk in andere, min of meer gewijzigde, en altijd zeer smalle vormen), gelijk de Friezinnen en alle vrouwen die in de Nederlanden van Frieschen stam zijn, nog heden doen.1 Ook vele zeden en gebruiken, die thans als bijzonder Friesch gelden, waren oudtijds allen Neder-Germaanschen volken gemeen. Maar bij de Friezen bleven al zulke oude zaken in stand, terwijl ze bij de verwante volken en stammen, gedeeltelijk reeds sedert de invoering van het Christendom, gedeeltelijk gedurende den loop der middeleeuwen, ten deele ook nog bij, en kort na de kerkhervorming verdwenen, somtijds zelfs met geweld werden uitgeroeid. De Friezen hebben zich daar steeds tegen verzet. Zij bleven, zoo veel maar immer mogelijk was, aan het oude en volkseigene, dat door hunne voorouders hun overgeleverd was (voor zoo verre het ook goed was), „hou ende trou” en in liefde gehecht. Dit is hun eene eere!

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings