← Table of contents
Studiën in Nederlandsche Namenkunde

Note 3 — I SPOTNAMEN VAN STEDEN EN DORPEN.

Reading edition

Omstreeks het midden dezer eeuw werden oliekoeken nog te Leeuwarden op straat uitgevent, vooral des Zondags-avonds, en meest in de buiten- en achterbuurten der stad. Dan galmde het geroep „Oliekoeken hie-ie-iet, hiet ende warrem!” op lang gerekten, weemoedig-zangerigen toon, door de stille straten. De verkooper had zijne oliekoeken in eenen grooten schotel van grof aardewerk, dien hij in eene hengselmand aan den arm droeg; en, om zijne waar hiet ende warrem te houden, had hij een kussen boven op het deksel van den schotel gelegd. Uit dezen ouden woordvorm ende (min of meer als inne klinkende), die bij dezen oliekoekenroep nog steeds voluit werd gesproken, blijkt het dat deze wijze om oliekoeken uit te venten, al zeer oud, wel minstens twee-honderd jaren oud was. In de dagelijksche spreektaal der Leeuwarders van deze eeuw werd ende (inne) nooit meer gezegd.—Ook op de Oude Veemarkt te Leeuwarden zaten er op marktdag altijd een paar oude wijfkes, bij den ingang van het marktplein, te oliekoekbakken, ten dienste van de veedrijvers, die het vette gebak zóó uit de hand opaten, en hunnen voorraad daarvan soms in hunne petten bewaarden. En des winters, bij mooi ijs, als schier alle Friezen en Friezinnen tusschen de zes en de tachtig jaren, op schaatsen waren, zaten er hier en daar te lande, onder bruggen waar veel volk onder door reed, en bij de toegangen der waterherbergen,3 waar veel volk inkeerde, oude vrouwen te oliekoekbakken, met vuurpot en bakpot in eene oude theekist, voor den wind. Vooral de vrouw, die onder de brug van Uultsjestein (aan de Bolswarder trekvaart, halfweg Leeuwarden en Bolsward) oliekoeken bakte, had veel gunst van Leeuwarder jongelieden, die reeds bij haar hunnen voorraad oliekoeken opdeden, waarmede zij de Bolswarders zouden hoonen, zoo als hier vervolgens zal vermeld worden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings