Note 12 — I SPOTNAMEN VAN STEDEN EN DORPEN.
Reading edition
Te Hindeloopen placht men ook aan samengestelde, weeke kooksels den naam van marge te geven. Nog in deze eeuw droeg dik gekookte rijstepap aldaar dien naam. Ook gort met rozijnen samengekookt noemt men hier en daar in Friesland ook wel marge. Al zulk soort van spijzen noemt men er ook wel in ’t algemeen potmarge, in de Sassische gewesten van ons land wel pöttiensbeulink, even als men in Holland wel van pot-eten, van hutspot, van gestampte pot spreekt.12 Volgens Dr. J. H. Halbertsma (De Lapekoer fen Gabe Skroar) is margemiel (letterlijk mergmaal in ’t Nederlandsch) „de avondmaaltijd die door de boeren bij geeindigden hooioogst aan de hooiers gegeven wordt, en bestaat uit pannekoeken, gort met rozijnen,” enz. Eindelijk meldt de oude Kiliaan, in zijn zestiende-eeuwsch woordenboek, dat Marghe een Friesch woord is en Bolinck (beuling) of worst beteekent.