Note 10 — I SPOTNAMEN VAN STEDEN EN DORPEN.
Reading edition
Een Oud-Germaansch woord heet „maag” (oudtijds maegh) in het Nederlandsch, en miich (miig, myg) in het Friesch, en beteekent bloedverwant in het algemeen, in ’t bijzonder neef, soms ook kleinzoon. Zoo beteekent ook het Latijnsche woord nepos10 zoowel kleinzoon als neef (broeders of zusters zoon). In het Nederlandsch is het woord maag, op zich zelven en in deze beteekenis, schier volkomen verouderd, maar het leeft toch nog in het woord maagschap, verwantschap, waarvoor vele verbasterde Nederlanders heden ten dage liever de Fransche woorden famille en parentage gebruiken, die ze dan tot familie en parmentasie verknoeien. Het woord maag leeft ook nog in de uitdrukking „met man en maag”, waaronder men iemands geheele verwantschap en aanhang verstaat. Dit „man en maag” wordt heden ten dage ook veelvuldig verbasterd tot „met man en maagd”, en tot „met man en macht”, ja zelfs tot „met mannemacht”, omdat men het oorspronkelijke woord niet meer kent.