← Table of contents
Studiën in Nederlandsche Namenkunde

Note 2 — I SPOTNAMEN VAN STEDEN EN DORPEN. (continued 2)

Reading edition

De Dokkumer kleermaker spreekt hier natuurlijk ook de dagelijksche spreektaal van Dokkum—dat is: gewoon stad-Friesch, met enkele bijzonderheden. Bij voorbeeld: Luwarden en sil, waar de Leeuwarders Leewarden en sal zeggen. Ook brengt de Dokkumer tongval meê, dat de lange a eenigermate naar den aai klank zweemende wordt uitgesproken. Van daar dat andere Friesche stedelingen de Dokkumers ook plagen en bespotten, door, hunne bijzondere uitspraak nog overdrijvende, te zeggen: Faaider! de blaaiker staait op ’e taaifel. ↑

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings