← Table of contents
Studiën in Nederlandsche Namenkunde

Note 13 — I SPOTNAMEN VAN STEDEN EN DORPEN. (continued 2)

Reading edition

Zonderling is de oorsprong van den spotnaam (Peren) der Cadzanders. Met de bekende boomvrucht heeft die naam niets te maken. Te Cadzand spreekt men elkanderen veelvuldig aan (tijdgenooten of evenouders namelijk, en die op vertrouwelijken, vriendschappelijken voet met elkanderen omgaan) met de woorden „Pere! m’n ouwen!” (Pere is hier het Fransche woord père, vader.) Juist zoo spreken de Friezen, in de zelfde omstandigheden, elkanderen onderling wel aan met ’t woord Heite. Dit is het Friesche woord heit, vader. Zelfs knapen en jongelingen noemen elkanderen wel Heite, b.v. Kom Heite! giest’ mei? Kom, mijn vriend! gaat gij mede? Ook onder het volk aan de zeekust in Holland spreekt men op die wijze; onder anderen te Zandvoort. Als jongeling te Haarlem studeerende, liep ik daar menig maal over de Vischmarkt, zoowel om de verschillende mooie visschen te zien, die daar uitgestald waren, als om het ongekunstelde volksleven gade te slaan, en de volkstaal te hooren spreken uit den mond der Zandvoorder visscherliên en der Haarlemsche burgerluidjes. Dan gebeurde het wel, dat deze of gene Zandvoorder vischvrouw („Dirkie, Maintje of Mæærtje”—ik kende ze al bij namen) mij toeriep: „Vædertje! mot je gien moaie pooanen kooape?” of „Kaik’ris vædertje! watte grooate pooanen!” Poonen toch, die schoone visschen, met hunne fraaie, roode vinnen en groote als gepantserde koppen, trokken steeds bijzonder mijne aandacht. Als ik dan glimlachte, omdat ik, de achttien-jarige, als vædertje werd toegesproken, riep zoo’n vrouw wel: „Kaik! de borst13 lacht!” Opmerkelijk is het toch, dat het Friesche heite, het Hollandsche vædertje en het Vlaamsche (eigenlijk Fransche) père, zoo geheel in den zelfden zin bij drie verschillende stammen van ons Nederlandsche volk in gebruik is.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings