Note 15 — Inleiding.
Reading edition
De verhalen in de Trouringh van Cats worden meestentijds afgewisseld door samenspraken tusschen Sophroniscus en Philogamus over “vraegh-stucken (die) uyt ydere geschiedenisse rijsen.” De eerste is “out-man ende weduwenaer”, de ander “jonghman ende noch ongehout”; deze overlegt hoe hij “bequamelijck uyt desen eensamen staet tot een geselligh leven soude mogen komen.” Het hapert hem er maar aan dat hij “te weynigh kennisse van saken hebbe in die gelegentheyt, en noch de rechte gronden niet en weet van dat groot werck.” Waarom de eerste hem “een nieu Poëtisch werck” in handen geeft, “verscheyde gedenck-weerdige trou-gevallen .... voor oogen stellende...” Met aandacht zal hij “letten vvatter voor aenmerckingen uyt sullen te trecken syn ... ende daar nae willen vvy reden en tegen-reden onderlinghe seggen en hooren.”15