Note 8 — Inleiding.
Reading edition
Want—“door-leest vry trou-gevallen van alderley eeuwen en volcken met vermakelickheyt, overleghtse in u selven met wijsheyt, steltse in ’t werck met omsichtigheyt, en geniet vry u deel daer van met vernougen: dies alles niet tegenstaende, soo sal’t al te samen eyndelick komen uyt te loopen tot enckele ydelheyt, jammer en verknisinge des herten, ten zy sake dat u gesicht en oogemerck komt te eyndigen in dat groot en onbegrijpelick trouverbont...: door middel van het welck het schepsel wort vereenight met synen schepper, de gemeente met haren bruydegom, en de ziele met haren Salighmaker. Laet vry Salomon op-soecken tot sijn vermaeck alles wat sijn ooge wenschen magh, laet hem verkiesen menighte van inlantsche ende uyt-lantsche wijven, koninghs dochteren, Moabitische, Ammonitische, Edomitische, Sidonitische en Hethitische, tot seven hondert in getale, en boven dien drie hondert by-wijven; noch sal hy ten uyt-eynde van dien allen, klagelijck uyt-roepen, ’Tis allemael ydelheyt, jammer, ende hertenleet. En sal ten lesten tot besluyt seggen, Laet ons de hooft-somme aller leere hooren: Vreest God, en hout syn geboden; vvant dat behoort alle menschen toe. Eccl. 12.13. Siet, lieve, daer alleen is eyndelick rust en lust te vinden, ende te vergeefs wert die elders gesocht: laet daer u beste sinnen veel henen gaen, en uwe suyverste gedachten op-stijgen, even terwijl ghy besigh zijt om voor u een gewenscht geselschap en een bequame huys-sorge te bekomen. Hij en reyst mijns oordeels niet wijsselick, die in’t vorderen van sijnen wegh vergeet, wat eygentlick het eynde ende oogemerck is van dat hy begonnen heeft.”8