Note 10 — II
Reading edition
Door het woord coquette verstaan de Franschen eene mannenzottin, die zich met niets bezig houdt dan met modekleederen, pommades, blanketsel, geveinsden liefdezang, Fransche complimenten en anderen wind;—die, getrouwd of ongetrouwd, Jan en alleman tot vrijers zou willen hebben, en in de wereld niets veroorzaakt dan ergernis, huistwist en zedenbederf.
Voortijds was dit soort van vrouwen in de Vlaamsche landen onbekend; ook bestaat er in onze moedertaal geen woord, dat met coquette overeenkomt. Wij hebben wel Lichtvink, Dante en nog een ander zeer bekend woord, dat ik niet zeggen wil; maar deze benamingen worden niet toegepast dan op coquetten der geringste klasse. Te Antwerpen zegt men nog wel, sprekende van eene juffer, wier goede faam niet zwaar weegt: het is een haantje! Zou dit het woord coquette niet zijn?