Note 8 — Schetsen uit Napels en Omgeving.
Reading edition
De bodem van den krater, waarover wij loopen is klaarblijkelijk van gestolde lava. Sommige gedeelten, waar nieuwe gaten zijn ontstaan, worden omgeven door bosjes verdroogde planten en doen u, ondanks de hitte, denken aan de wakken van onze Hollandsche ijsvlakten. De bodem klinkt er hol, wanneer gij een grooten steen neerwerpt. Uit de gaten (fumaroli) stijgen fluitend allerlei gassen op. Met een fakkel steekt de gids deze in brand en tot op grooten afstand om u heen bollen thans zware witte rookwolken omhoog; slechts zoolang de brandbare voorraad gassen strekt. Aan den rand van de Solfatara is een opening, de bocca grande8 waar de gassen met zulk een kracht doorbreken, dat de fijne asch een borrelend geluid maakt als van kokend water. Wanneer de Vesuvius in werking is, houdt dit op, om weer te beginnen als de Vesuvius tot kalmte is gekomen; wel een bewijs, dat beide vulkanen onder den grond met elkaar in verbinding staan. De gids raapt tal van veelkleurige steenen op en radbraakt een menigte scheikundige benamingen, voor iedere kleur een andere. Ik geloof, als het radium tot hem doorgedrongen was, dat hij het u hier zou aanwijzen. Als aandenken wikkelt hij u een paar steenen in een stukje krantenpapier met de verzekering dat het arsenicum is, een hoeveelheid groot genoeg om geheel Napels te vergiftigen.