Note 1 — VAN AVIGNON NAAR GENUA.
Reading edition
Na het bezichtigen der kerken (ik wil u juist nu niet met kerken lastig vallen) verlieten wij Avignon in den namiddag. Om de zeer sterke hitte waren de wegen buiten de stadsmuren bezaaid met menschen, die op elk beschaduwd plekje vast sliepen, of met werkelooze groepen, tusschen slapen en waken in waren, en daar wachtten tot de zon laag genoeg zou zijn gedaald om tusschen de verzengde boomen en op den stuivenden weg te kunnen kegelen. De oogst was hier reeds binnengehaald, en muilezels en paarden waren bezig het koorn in de velden uit te treden1. Tegen donker kwamen wij in eene woeste en heuvelachtige streek, die eens door struikroovers berucht was, en trokken langzaam tegen eene steile hoogte op. Aldus gingen we voort tot ’s avonds elf uur, toen wij stilhielden in de stad Aix, op twee stations van Marseille, om er nachtverblijf te houden.