Note 3 — LYON, DE RHONE EN DE TOOVERKOL VAN AVIGNON.
Reading edition
Minuten! er zijn geene seconden door de klok van het paleis aangeduid, of de heks vliegt, daar hare oogen vuurstralen uitschieten, naar het midden der kamer, waar zij met hare door de zon verschroeide armen een kring van hevige slagen beschrijft. Dus snorde het rond, roept de heks, bof, bof, bof! Een eindeloos bonzen van zware hamers. Bons, bons, bons op des lijderes ledematen. Ziedaar de steenen trog! zegt de heks, voor de watermarteling! Gorgel, zuip, zwel, barst, ter eere des Heilands! zuig bij elken ademtocht het bloedige lor diep in uw ongeloovig lichaam, ketter dat gij zijt3, en als de beul het er uitrukt, terwijl het dampt van de kleine geheimenissen van Gods waar evenbeeld, ken ons dan als Zijne uitverkoren dienaars, die waarlijk gelooven aan de Bergrede: als uitgekozen leerlingen van Hem, die nooit anders een wonderwerk deed dan om ons te heelen: die nooit een mensch sloeg met beroerte, blindheid, doofheid, stomheid, krankzinnigheid of eenigerhande bezoeking der menschen; en nooit Zijn gezegende hand uitstrekte, dan om hulp en verlichting aan te brengen.