Note 1 — EEN VLUCHTIG DIORAMA.
Reading edition
Gedurende het sussen en fluisteren, dat door het vertrek gaat, zijn aller oogen gevestigd op den jongen dienaar van het fortuin. De menschen beginnen, ten behoeve der volgende loterij, naar zijn ouderdom te vragen; en hoeveel broers en zusters hij heeft; en hoe oud zijn vader en moeder zijn; en of hij ook eenige vlakjes of puisten in het aangezicht heeft; en waar, en hoeveel. Op dat oogenblik geeft de aankomst van den voorlaatsten rechter (een oud mannetje, dien ze in het algemeen vreezen als een kwaad oog bezittende1 eene kleine afleiding, die grooter zou zijn als ze niet werd overwonnen door een voorwerp van belangstelling—den dienstdoenden priester, die statig naar zijne plaats treedt, gevolgd door een kleinen, zeer smerigen knaap, die zijne ambtskleeding en een pot wijwater draagt.