Note 4 — III. BOSTON.
Reading edition
De toon, die in de samenleving heerscht, getuigt van de uiterste beleefdheid, hoffelijkheid en wellevendheid. De dames zijn ontegenzeglijk zeer mooi—wat haar gezicht betreft: maar ik ben verplicht het daarbij te laten. De opvoeding, die zij krijgen, is zoo wat van ’t zelfde allooi als bij ons, noch beter noch slechter. Men had me daaromtrent allerlei wonderlijke vertelseltjes op de mouw gespeld, maar daar ik er geen geloof aan sloeg, kon ’t mij natuurlijk niet tegenvallen. „Blauwe”4 dames zijn er te Boston, maar gelijk wijsgeeren van die kleur en sexe in de meeste andere landen, zijn zij er meer op uit, voor iets bijzonders gehouden te worden dan om werkelijk iets bijzonders te zijn. Zoo zijn er ook „evangelische” dames, wier gehechtheid aan godsdienstvormen en afschuw van schouwburg-vermakelijkheden voorbeeldig mogen heeten. Dames, die er hartstochtelijk veel van houden, om lezingen bij te wonen, worden onder alle klassen en standen gevonden. Op de min of meer naar ’t buitenleven zweemende wijze van samenleving, die in steden als deze de overhand heeft, heeft de kansel grooten invloed. Men zou wel zeggen, dat de kansel in Nieuw-Engeland (altijd met uitzondering van de leeraren der Unitariërs) het als ’t voornaamste doel van zijn ambt beschouwde, om alle onschuldige en betamelijke uitspanningen te veroordeelen. De kerk, de kapel, de leeszaal zijn de eenige middelen van opwekking die geoorloofd zijn, en naar de kerk, de kapel, de leeszaal stroomen de dames dan ook heen.