Note 5 — III. BOSTON.
Reading edition
De vruchten der aarde groeien op in verrotting. Uit de verrotting dezer dingen is te Boston een sekte van wijsgeeren opgekomen, bekend onder den naam van Transcendentalisten. Toen ik onderzoeken ging wat deze benaming eigenlijk beteekende, werd mij te verstaan gegeven, dat al wat onverstaanbaar was zeker transcendentaal was. Daar mij deze opheldering niet veel troost schonk, zette ik het onderzoek nog verder voort, en vond dat de Transcendentalisten volgelingen zijn van mijn vriend den heer Carlyle, of, laat mij liever zeggen, van een volgeling van dezen heer, den heer Ralph Waldo Emerson. Deze heer heeft een deel zoogenaamde Essays (Proeven) geschreven, waaronder veel dat droomerig en hersenschimmig is (als hij ’t mij niet kwalijk zal nemen, dit zóó te betitelen), maar nog meer dat waar en mannelijk, eerlijk en stout mag heeten. Transcendentalisme heeft nu en dan zijn afdwalingen (welke school heeft ze niet?) maar desniettegenstaande heeft het goede gezonde eigenschappen; eigenschappen waarvan de minste zeker niet is een hartige afschuw van datgene wat wij Engelschen onder den naam van „Cant”5 plegen aan te duiden en een geschiktheid om die walglijke ondeugd in al de ontelbare variëteiten van haar eeuwigdurende kleerenkast te betrappen. En daarom als ik een Bostonner was, dan denk ik, dat ik een Transcendentalist zou wezen.