Note 2 — XVII. DE SLAVERNIJ.
Reading edition
„Een ongelukkige zaak vond Vrijdagavond in Chastres Street plaats, waar een onzer achtingswaardigste burgers met een dolk een gevaarlijke wond in den onderbuik werd toegebracht. Uit de Bij (New Orleans) van gisteren vernemen we dienaangaande de volgende bijzonderheden: Het schijnt dat er Maandag laatstleden een artikel in ’t Fransche gedeelte dier krant stond, waarin eenige critische aanmerkingen voorkwamen op het artillerie-bataljon, wegens het afvuren namelijk van zijn kanonnen op Zondagmorgen, in antwoord op die van de Ontario en Woodbury, waardoor veel alarm veroorzaakt was geworden onder de families van die personen, welke den geheelen nacht op de been waren geweest om de rust der stad te bewaren2. Daarover geraakt, ging majoor C. Gally, de bataljons-commandant, bij ’t bureau der redactie aan, en vroeg den naam van den schrijver. Men zei dat de schrijver P. Arpin heette, die toen afwezig was. Met een der eigenaars van ’t blad werden toen eenige bittere woorden gewisseld, waar een uitdaging op volgde. Wel deden de vrienden van beide partijen hun best om de zaak bij te leggen, maar tevergeefs. Vrijdagavond, tegen zevenen kwam majoor Gally den heer P. Arpin in Chastres Street tegen en sprak hem aan: „Is u m’nheer Arpin?”