← Table of contents
Schetsen uit Amerika en Tafereelen uit Italië

Note 3 — XVI. DE TERUGREIS NAAR ’T VADERLAND.

Reading edition

Eindelijk en ten laatste kwam de beloofde wind in allen ernst opzetten, en met elke windvlaag, die het zeildoek zwellen deed, stoven wij weer vooruit, en kliefden stout de baren. Er was zoo iets grandioos in de beweging van ’t prachtige schip, zooals het daar, overschaduwd door de massa zijner zeilen, met woedende vaart over de golven heengleed, dat het den aanschouwer met een onbeschrijfelijk gevoel van trots en opgetogenheid vervulde. En als ’t zich dompelde in een schuimende vallei, hoe graag zag ik dan de groene, diep met wit omzoomde golven tegen den steven aankomen stuiven, om ’t naar hun welgevallen op te beuren en er omheen te kronkelen als ’t weer nederboog, maar ’t niettemin erkennende als hun fiere meesteres!3 Ondertusschen ijlden we voort, altijd voort, met een telkens wisselende lichttint over ’t water, daar we ons nu in de gezegende streek van als een vlies zoo doorschijnende wolken bevonden, en een heldere zon ons over dag verlichtte en een heldere maan des nachts, terwijl de wimpel rechtuit huiswaarts wees, evenals de trouwe wegwijzer voor den gunstigen wind en onze opgeruimde harten, totdat met zonsopgang, op een mooien Maandag ochtend—den zeven en twintigsten Juni, niet licht zal ik dien dag vergeten—kaap Clear, God zegene ze! voor ons lag. Ja, daar lag ze voor ons, de oude kaap, en als een wolk zag ze ’r in den nevel van den vroegen morgen uit: voor ons de helderste en meest welkome wolk, die ooit het gelaat verborg van ’s Hemels gevallen zuster—ons Te-huis.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings