← Table of contents
Schetsen uit Amerika en Tafereelen uit Italië

Note 1 — XVI. DE TERUGREIS NAAR ’T VADERLAND.

Reading edition

De loods had niet geluierd om zijn voordeel te doen met dit gunstige weer, en hetzelfde schip, dat gister nog in zoo’n volgepropt dok gelegen had, dat het, wat toen de kans betreft om uit te kunnen zeilen, wel gerust zijn matten voorgoed had mogen oprollen, zie, het lag nu al ruim zestien mijlen verder. Een heerlijk gezicht leverde het op, toen we, er per boot naar toe stoomende, het in de verte voor anker zagen liggen, met zijn slanke masten in sierlijke lijnen tegen de lucht afgeteekend, en elk touw, groot en klein, schier haarfijn onderscheiden konden; ook heerlijk was ’t gezicht, toen zoodra wij aan boord waren, het anker bij ’t forsche, als in koor gezongen: „Cheerily men, o cheerily!”1 naar boven rees, en het schip statiglijk in ’t zog kwam van de sleepboot; maar het heerlijkst van alles was, dat, toen de boegseerlijn losgelaten was, het dundoek van zijn masten wapperde, en het, als ’t ware zijn witte vleugelen uitslaande, op zijn vrijen en eenzamen weg heenvloog.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings