Note 9 — INLEIDING TOT DE SAGE VAN PARCIVAL EN DEN HEILIGEN GRAAL.
Reading edition
De Duitsche geleerden, onder aanvoering van Professor Wendelin Foerster, den bewerker der beroemde, critische uitgave van Chrétien’s gedichten, en Professor Golther, willen van het ontstaan der Arthur-sagen op de Britsche eilanden niets weten. Volgens hen zijn de schamele historische overleveringen betreffende den persoon van Arthur het eenige, dat Wales ons inzake het ontstaan van den Arthur-cyclus kan aanbieden. De romantische sagenkring, welke zich om hem en zijn hof vormde, ontstond, meenen zij, uitsluitend in Bretagne, dus op het vasteland, waar Chrétien de Troies de eerste was om de sagen in dichtmaat te bezingen.9 Wat de Parcival-Graal-sage in het bijzonder aangaat, zijn deze beide geleerden van meening, dat wij in Chrétien den oorspronkelijke schepper hiervan moeten zien. Deze bewering te weerleggen is het hoofddoel van Jessie Weston’s reeds genoemde studie: “The Legend of Sir Perceval”. Zij komt hierin tot de slotsom, dat de oorsprong van den Graal oneindig veel dieper is gelegen en dat wij om dien te vinden, terug moeten gaan tot de tijden lang vóór de prediking van het Christendom. De schrijfster is van meening, dat Chrétien de sage in haren oudsten vorm nooit heeft gekend, dat deze den dichter eerst in haar tweede stadium, toen Parcival reeds de held was en het verhaal reeds eene Christelijke strekking had verkregen, ter oore is gekomen en hij dus geen recht heeft, om, zooals de Duitsche geleerden dit wenschen, als de schepper van het verhaal beschouwd te worden.