Note 1 — INLEIDING TOT DE SAGE VAN PARCIVAL EN DEN HEILIGEN GRAAL.
Reading edition
Het beroemdste werk uit de eerste groep is wel het oud-Fransche gedicht: “Perceval ou Le Conte del Graal”, geschreven door Chrétien de Troies tusschen de jaren 1150 en 1180. De Graal wordt hier beschreven als een tooverschotel, maar de dichter wenscht blijkbaar zijne lezers in spanning te houden aangaande het eigenlijk wezen van dien schotel. Ongelukkigerwijze is hij nooit toegekomen aan de oplossing van dit raadsel; zijn gedicht is onvoltooid gebleven. Drie andere dichters: Wauchier de Denain1, Manessier en Gerbert hebben getracht, zijn werk te voltooien; zij schreven tusschen de jaren 1190 en 1240. Op het werk van deze dichters hopen wij nader terug te komen. Behalve hunne gedichten moeten wij nog eenige andere werken noemen, welke eveneens het zoeken van den Graal tot onderwerp hebben. In de eerste plaats den beroemden “Parzival”, van den Beierschen dichter Wolfram von Eschenbach, geschreven omstreeks het jaar 1200 op zijn burcht Wildenberg. Wolfram ontleende zijne stof aan het werk van een Provençaalsch dichter: Kyot of Guiot. Verder noemen wij eene proza-vertolking uit Wales, die te vinden is in den reeds meermalen genoemden “Mabinogion” en waarvan het handschrift dagteekent uit de 13e eeuw. Als levensbeschrijving van Parcival noemen wij in dit verband nog: “Sir Percyvelle”, een Middel-Engelsch gedicht, geschreven omstreeks het midden der 15e eeuw, waarin echter geene melding wordt gemaakt van den Graal.