Note 1 — INLEIDING TOT DE SAGE VAN LANCELOET EN ELAINE.
Reading edition
In de oude verhalen van Wales en in het bekende Middel-Engelsche gedicht “Brut” van Layamon, wordt Lanceloet’s naam niet genoemd; het eerst lezen wij dien in “Erec” van Chrétien de Troies, waar onze held als derde genoemd wordt onder de ridders van Arthur’s hof. In dit gedicht, alsook in het latere “Cligés”, eveneens van Chrétien’s hand, is Lanceloet slechts een naam. Opmerkelijk is het, dat het laatste gedicht tot onderwerp heeft de liefde van den held, Cligés, voor de jonge vrouw van zijn oom en vorst en dat, terwijl wij daarin veelvuldige toespelingen vinden op de sage van Tristan en Isolde, er toch met geen enkel woord wordt gerept van de verhouding tusschen Lanceloet en Ginevra! In het volgende gedicht van Chrétien de Troies, dat getiteld is: “Le Chevalier de la Charrette”1 staan wij plotseling voor eene geheel uitgewerkte en in bijzonderheden vertelde beschrijving van Lanceloet’s verhouding tot de schoone koningin. Deze verhouding, waarover in de vorige gedichten in ’t geheel niet werd gesproken, is thans een voldongen feit en levert de stof voor eindelooze beschouwingen en bespiegelingen over de liefde. In het volgende gedicht: “Yvain” vinden wij slechts één vluchtige vermelding van Lanceloet’s naam; in Chrétien’s laatste werk: “Perceval”, wordt hij in het geheel niet genoemd.