← Table of contents
Sagen van Koning Arthur en de Ridders van de Tafelronde

Note 1 — INLEIDING TOT DE SAGE VAN DEN LEEUWENRIDDER.

Reading edition

Geen wonder dus, dat Chrétien, als een rechtgeaard kind van zijn tijd, de hoofsche liefde in zijne werken verheerlijkte en haar maakte tot een kunstig weefsel van fijn uitgesponnen gewaarwordingen en aandoeningen, een teeder spel van wisselende stemmingen, waarbij de spelenden er behagen in schepten zich te wagen in een doolhof van grillen en gevoeligheden, waarin zij soms den weg dreigden kwijt te raken. Zij dienden de liefde door nachtelijke samenkomsten, door heimelijke blikken en listig verzonnen teekens, want meestal was het een verboden hartstocht, die hunne harten in vlam had gezet. Men ging in dien tijd zelfs zoover te beweren, dat de ware liefde onvereenigbaar was met den huwelijksband. Dat Chrétien deze inzichten niet geheel deelde, staat vast; hij verheerlijkt dan ook slechts in één enkel zijner bewaard gebleven gedichten: “Lancelot ou le Roman de la Charrette”1 de onwettige liefde en dit gedicht schreef hij op bevel van zijne meesteres, gravin Marie van Champagne.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings