Note 10 — ALGEMEENE INLEIDING.
Reading edition
Het mag betwijfeld worden of zij ooit tot dezen ongekenden bloei geraakt zouden zijn, als hieraan niet de stoot was gegeven door het werk van Geoffrey of Monmouth, die ons omstreeks het jaar 1139 in zijn: “Historia Regum Brittanniae” het eerste volledige verslag gaf van de Arthur-geschiedenis10. Het vraagstuk van Geoffrey’s bronnen is nog steeds onopgelost; of hij ooit het “most ancient book in the British language” gebruikte, waarover hij in zijne opdracht aan Robert, graaf van Gloucester, spreekt en hetwelk hij voorgeeft ter vertaling in het Latijn te hebben ontvangen van een zekeren Walter, aartsdeken van Oxford, blijft altijd een punt van twijfel uitmaken. Hoe dit ook zij, zooveel is zeker, dat de schrijver door eene handige samensmelting van geschiedkundige—of quasi-geschiedkundige—en romantische bestanddeelen erin geslaagd is om Koning Arthur eene plaats te verzekeren onder de meest beminde helden van zijn tijd11. Het boek had een zeer groot succes, ondanks de verwijten van kroniekschrijvers als William of Newburgh, die het eene schandelijke bedriegerij noemde. Het succes blijkt wel het best uit de vele vertalingen en navolgingen. Zoo werd het werk korten tijd vóór den dood des schrijvers overgebracht in Anglo-Normandische verzen door een zekeren Geoffrey Gaimar, wiens gedicht echter in zijn oorspronkelijken vorm verloren is geraakt.