← Table of contents
Robbert Roodhaar

Note 2 — HOOFDSTUK IV.

Gerard Keller translation

Over binnenlandsche politiek bewaarde Campbell een diep stilzwijgen. Toen hij er een enkel woord over zeggen moest, geschiedde het steeds met de meestmogelijke omzichtigheid en gematigdheid. Engeland was toenmaals door de twee partijen, de Whig’s en Tory’s zeer verdeeld. Eene machtige partij, die voor het verbannen koninklijke huis der Stuarts streed, de zoogenaamde Jacobieten, bedreigde het huis van Hannover, dat kort te voren in den persoon van koning George den troon had bestegen2. Elke kroeg weergalmde van de hevige twisten dier partijen. Nu was onze waard uit den »Zwarten Beer” veel te wellevend, om zijne goede klanten door tegenspraak eenigen aanstoot te geven, of hun in het berijden van hun stokpaardje eenigszins hinderlijk te zijn. Maar zijne Zondagsgasten kwamen niet zelden in den bittersten strijd over hunne verschillende staatkundige meeningen. De predikant, de apotheker en een klein mannetje, die van zijn beroep volstrekt geen melding maakte, doch aan wiens buitengewoon beweegbare vingers men al spoedig zien kon dat hij een baardscheerder was, verdedigden de zaak der bisschoppelijke kerk en van het huis van Stuart. De ontvanger der belastingen in zijn kwaliteit van Staatsambtenaar, alsook de rechtsgeleerde, die op een winstgevend ambtje hoopte, en mijn reisgenoot dien de twist scheen op te winden, verklaarden zich voor koning George en de Protestantsche troonsopvolging.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings