← Table of contents
Robbert Roodhaar

Note 1 — HOOFDSTUK I.

Gerard Keller translation

Dat ik mijne gedenkschriften—zoo ik ten minste aan dit stuk zulk een weidschen titel mag geven—aan een dierbaren getrouwen vriend wijd, verschaft mij ook het voordeel, van hier eenige omstandigheden met stilzwijgen te kunnen voorbijgaan, die ik aan een vreemdeling noodzakelijk vooraf zou moeten mededeelen. Doch waarom toch zou ik, al heb ik u nu geheel in mijne macht, al heb ik inkt, papier en tijd in overvloed, waarom zou ik u al dadelijk op de pijnbank der verveling brengen? Toch durf ik u niet stellig beloven, dat ik van eene zoo verleidelijke gelegenheid, om van mij en mijne lotgevallen te spreken, nooit misbruik maken zal, om omstandigheden te vermelden, die u bijna even goed als mij bekend zijn. De booze neiging om toch vooral die voorvallen uitvoerig te verhalen, waarvan wij zelf de helden zijn, doet ons vaak uit het oog verliezen, wat wij aan den tijd en het geduld van onze toehoorders schuldig zijn. Die neiging heeft menigen, anders flinken schrijver tot een vervelenden babbelaar gemaakt. Ik behoef u in dit opzicht slechts te herinneren aan de zeldzame eerste uitgave van Sully’s »Gedenkwaardigheden.”1 Gij, met de dwaze ijdelheid van een echten boekverzamelaar, verkiest die uitgave boven alle anderen, die in gewonen bruikbaren vorm in den handel werden gebracht. Maar voor mij is ze alleen merkwaardig, omdat ze mij een treurig bewijs levert, dat ook een groot man, als de schrijver inderdaad was, zwak en kleingeestig genoeg kan zijn, om aan zijn eigen ik eene onzinnige hooge waarde te hechten. Als ik mij goed herinner, dan had die beroemde staatsdienaar niet minder dan vier geheim-secretarissen met de taak belast, om de gebeurtenissen van zijn leven op te teekenen, onder den titel: Gedenkwaardigheden van de wijze en koninklijke staathuishouding, betreffende de binnenlandsche staats- en krijgskundige aangelegenheden van Hendrik den Vierden enz.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings