Note 5 — Zesde Brief.
Reading edition
Van ouds droeg Lyon den naam van Lugdunum, en had dus bijna denzelfden naam als ons Leyden Lugdunum Batavorum; misschien had men ’er Batavorum bijgevoegd, om die stad van het Lugdunum der Gaulen te onderscheiden. Naderhand werd Lyon een Aartsbisdom en de Hoofdstad van de Provincie le Lyonnois, thans is het de Hoofdplaats van het Departement van de Rhone en het verblijf van de Prefecture en Tribunal d’Appél; men begroot het getal der inwoners, naar men mij verzekerde, nog heden op omtrent 120,000. Lyon wordt op 100 Fransche mijlen afstands van Parijs gerekend, doch over Dyon is het verder; zij is omtrent 40 van deze laatstgenoemde plaats gelegen, en 48 van Avignon De hoofdstad niet zijnde, noemen de Lyonnezen hun stad egter de tweede van Frankrijk; want zij worden voor zeer hoogmoedig en eigenbelangzoekend (egoistisch) gehouden; zoodat Lyon voor hun schier alles, en het heeläl bijna niets is; dezen karaktertrek schrijf ik al weder toe aan de hooge Geestelijkheid van die stad; want deze door hunnen alles vermogenden invloed gaf toch den voornaamsten plooi aan ’s volks denk- en handelwijze; oordeel of het ook groote sinjeurs moeten geweest zijn; van den Aartsbisschop af, tot den laatsten Kanunnik van het Domkapittel toe, noemden zij zich Comte de Lyon; het waren alle Prinsen en Graven, zij moesten 16 kwartieren, zoo van ’s vaders als van ’s moeders zijde in hun wapen voeren, en de Koning van Frankrijk was hun eerste Kanunnik. Deze geestelijke Graven, die zich de navolgers van den nederigen Christus noemden, waren zoo verregaande opgeblazen, dat zij zich met de Godheid, dien zij erkenden, schenen gelijk te willen stellen: want zij knielden niet in tegenwoordigheid van de Hostie. Dit hadden zij zelfs tegens de Sorbonne5 volgehouden, tot dat, naar men zegt, Lodewijk de XIV. zich eens onder hun in de St. Jans of Domkerk bevindende, goedvond om te knielen; nu konden zij welstaanshalve toch ook niet anders doen, zij knielden dan, maar voor wien, voor God of voor den Koning?—Ik wenschte, dat zoo vele brave en achtingswaardige Roomschgezinden, met alle diergelijke schandelijke zaken, waar door men den godsdienst ontluisterd, wat meêr bekend waren. De geschiedenis doet ons egter ook een’ Aartsbisschop van Lyon, die in het laatst van de afgelopen eeuw geleefd heeft, als een’ achtingwaardig man, kennen, voornamelijk om de vriendschap tusschen hem en den vermaarden wijsgeer en schrijver Thomas6, die te Lyon in de armen van dien Aartsbisschop, genaamd Montaset, gestorven, en op deszelfs landgoed, even buiten de stad, begraven is; waar de redelijke Montaset zijn overleden vriend dan ook een graftombe oprigtte, die hij door zijn tranen aan de vriendschap heiligde.