← Table of contents
Reize door Frankrijk

Note 2 — Vijfde Brief.

Reading edition

’s Avonds ging ik in den grooten Schouwburg (le Grand Théatre): Het is een fraai gebouw, ruim veertig jaaren geleden, volgens de teekening van de Bouwmeester Soufflot, gebouwd, en staat regt achter het Stadhuis. Voor hetzelve is een plein, en ter zijde een gallerij, waar verscheide kramers hunne onderscheide waren uitstallen; dit alles maakt met het Stadhuis la place des Terreaux, en de Abdij van St. Pieter, op dezelve, een fraai geheel uit. Van binnen beviel de Schouwburg mij ook wel; doch order en netheid haperden hier ook weder, en zelfs in het Parterre (waar men staande moet blijven), hinderde de stank van zekere tonnen, die in een vertrekje aan den ingang zijn geplaatst, niet weinig; men gaf ’er een Blijspel genaamd, le Jaloux sans Amour en l’Irrato Opera, het Muzijk is van Mehul in den Italiaanschen smaak gecomponeerd. Het spelen was maar zeer middelmatig, het zijn hier waarlijk ook geen tovenaars; echter als zij te Amsterdam speelden, en zulk soort krijgt men ’er doorgaans, zouden onze zoogenaamde lieden van smaak ’er drok naar toelopen, terwijl zij den neus optrekken, als men hun spreekt van den grooten of Stads Schouwburg, waar ik ondertusschen verscheide stukken zeer goed heb zien uitvoeren, en waar sommige vertoonders spelen, die zelfs door Fransche Konstkenners en voorname Konstenaars, niet ligt gereed, om aan vreemden lof toetezwaaijen, openlijk bewonderd worden2. Ja ik durf staande houden, dat dit tooneel behoorlijk aangemoedigd en bestuurd, weldra zou verdienen, om onder de eerste tooneelen van Europa gerangschikt te worden. Wanneer zal die ellendige lage en verderfelijke trek, naar al wat vreemd is, onder ons eens ophouden, en de Hollandsche zeden en voortbrengsels van Kunsten en Wetenschappen, waar wij ten allen tijde billijk roem opdroegen, en nog roem op mogen dragen, eens herleven. Trachten wij van onze naburen, en van vreemden te leeren, wanneer ’er zig iets nuttigs voor ons op doet; maar laten wij toch bij aanhoudendheid niet dwaas en slecht genoeg zijn, om hun in alles nateäpen. Gij hebt deze en diergelijke aanmerkingen niet noodig, vriend! maar gij vat dikwils de pen op, tot nut en vermaak van onze landgenoten, en bij die gelegenheid zou zoo iets te pas kunnen komen.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings