Note 12 — Vier en Twintigste Brief.
Reading edition
Den 7 dezer, ’s morgens vroegtijdig uitgaande, vond ik het koud; het had dezen nacht weder een weinig gevrozen. Buiten het ijzeren hek, waar wij in gekomen waren, heeft men aan beide zijden ook beplante wandelingen; doch de boomen zijn nog zeer jong. Den wal omgaande, zag ik verscheidene moestuinen, waarin de groentens zoo goed stonden, dat ik ze maar zeldzaam zoo in Frankrijk gezien heb. De wandeling door de Italiaansche populieren laan12 langs de rivier, welke meêr dan een kwartier uurs lang is, is zeer aangenaam. Van daar te rug komende, zag ik op de kaai, le Quai du vieux pont13 genaamd, een oude sterkte met torens, en meende de overblijfsels van muren, daar hetzelve opgebouwd was, voor Romeinsch werk te moeten erkennen; zijnde op dezelfde wijze gemetseld als het zoogenaamde Palais Galliën te Bordeaux, en te Poitiers. Deze overblijfsels van muren strekken zich een eindje langs deze kaai uit, en vervolgens in de stad tot aan het Aartsbisdom. Dit Aartsbisdom schijnt een fraai gebouw; boven de poort van hetzelve las ik Musée; doch vernam tevens, dat men thans bezig was met hetzelve naar een ander gebouw te verplaatsen, alzoo zijne Hoogwaardigheid de nieuw aangestelde Aartsbisschop, zich hier had neder gezet. De Hoofdkerk, die hier bijstaat, is een trotsch Gothisch gebouw, pronkende met twee torens; het is ook, zoo men wil, door den reeds genoemden St. Martin14 in de 4de eeuw gesticht; ’er plagt een boekerij bij dezelve te zijn, waarin zeer oude en merkwaardige handschriften, op een soort van lessenaars, aan ketenen vastgeklonken lagen. Merkwaardige beelden of schilderijen zag ik in deze Kerk niet, maar het geen ik zonderling vond, was dat de vloer voor en achter verheven gemaakt was: zoo dat men ’er met eenige trappen opklom, en naar het midden, waar het groot altaar stond, afhelde; even eens als een staanplaats of parterre in een’ Schouwburg. Men ziet duidelijk, dat dit niet aanvankelijk, maar eerst in latere tijden gemaakt is.