Note 1 — Twintigste Brief.
Reading edition
Gisteren morgen ging ik weder zeer vroegtijdig de bergen hier rondom bestijgen, en na braaf wat geklauterd hebben, in een hutje, tusschen heuvelen en boschjes aangenaam gelegen, en met wier bewoners ik reeds kennis gemaakt had, melk tot mijn ontbijt gebruiken. Wij vonden den boer digt bij zijn woning bezig op den akker; zijn vrouw was naar de markt te Bagnères, en de kinderen met een paar koeitjes en eenige geiten in de bergen. Wij traden binnen, en hier werd een groote aardewerksche kom met versche melk voorgezet. Ieder kreeg een kleiner kommetje en een hout lepeltje; de huisvader zat met ons aan, deelde melk en brood uit, en zoo deden wij een eenvoudig landelijk ontbijt. Onze gastheer was zeer spraakzaam, en ik kon hem vrij wel verstaan; doch merkte op, dat hij de B voor V en de V voor B uitsprak, zeggende bache voor vache (een koe) en voire voor boire (drinken) enz. Deze verkeerde uitspraak schijnt hier omstreeks vrij algemeen te zijn. De gemeenzame wijze, waarop hij met ons omging, beviel mij bijzonder; geen de minste verlegenheid, geen muts af, hij behandelde ons niet anders dan zijne medemenschen, en had eene soort van gulheid en rondheid in zijn wijze van doen en spreken, die mij zeer vermaakte1. Wij spraken over zijne huishouding, over den landbouw, en ik raadde hem, om niet alleen maïs en rog, maar ook boekweit te zaaijen; en daar de grond het minst steenachtig is, aardappelen te zetten, omdat veeltijds door het weder of andere toevallen, het eene wel uitvalt, terwijl het andere mislukt. Hij nam dezen raad in dank aan, en scheen voornemens, om dien te volgen.