Note 6 — Twaalfde Brief.
Reading edition
’s Namiddags om een uur vertrokken wij met den postwagen op hier, hebbende onze plaatsen reeds eenige dagen te voren besproken gehad. Wij hadden vrij goed gezelschap, en kwamen omstreeks zes uren te Aix, waar wij afstapten aan het Hotèl des Princes, op de Cours of algemeene wandeling, bij het inkomen van dezelve. Het onaangename van de reis naar Marseille, Toulon, enz. was, dat wij tot Aix toe langs denzelfden weg weder terug moesten komen, althans met de openbare rijtuigen. Ik haastte mij, om deze stad, die nog al bezienswaardig is, in oogenschijn te nemen. Op eene groote plaats zag ik de fondamenten en het muurwerk, even boven den grond, van een gebouw, dat men scheen begonnen te hebben, en vernam, dat men voornemens was hier het Regterlijk Paleis (Palais de Justice), en daar bij behoorende gevangenissen te bouwen; doch dat de omwenteling het voltooijen daar van belet had; volgens de beginselen te oordeelen, moest het een groot en schoon gebouw worden. Op een andere plaats zag ik een verheven Obeliscus met een arend ’er boven op; doch het is modern werk; bij de schrijvers, die ik over deze stad heb nagezien, vind ik ’er hoegenaamd geene melding van gemaakt. De Hoofdkerk is een groot Gothisch gebouw; in dezelve staat eene doopvont, waarvan de koepel door acht groote Corinthische kolommen, die in een’ Heidenschen tempel, naar men veronderstelt, gediend hebben, wordt ondersteund. Men heeft daar omstreeks meer oudheden gevonden, waaruit men gemeend heeft te moeten opmaken, dat ’er een tempel, aan de Zon of Apollo gewijd, gestaan heeft. In het koor zijn twee orgels over elkanderen, en genoegzaam even eens; digt bij den grooten ingang van deze Kerk, is een der stadspoorten; ik ging ’er uit, en zag aan mijn regterhand een gedenkteeken; boven op stond de beeldtenis van een eerwaardig man, een stenen tafel in de hand hebbende, waar op men leest: Aimez Dieu et le prochain; en lager, twee beelden in eene eerbiedige of biddende houding. Uit het opschrift zag ik wel, dat het aan de Municipaliteit enz. van Aix scheen toegewijd; maar niet door wie of bij welke gelegenheid; doch vernam, dat een Charles Sec, bemiddeld metselaar dezer Stad, het gebouwd had in 1792, en ’er naderhand onder begraven is geworden; dit was al wat men ’er mij van zeggen kon. Men vindt te Aix gnappe straten en huizen, en over het geheel heeft deze stad een zeer goed aanzien, ’t Is jammer, dat het Stadhuis, dat een fraai en ruim gebouw schijnt, genoegzaam achter de huizen verscholen is, en niet op een ruim plein staat. De wandelingen om de stad kwamen mij ook regt aangenaam voor, en ik zag ’er veel zware ijpeboomen. Het land rondom levert ook veel olijf-olij op, die den voornamen tak van koophandel der inwoners van Aix uitmaakt. Die olij wordt voor zeer fijn en lekker gehouden en is algemeen beroemd. De soort, die men huile vierge6 noemt, omdat ze, zoo ik meen, de eerste is, die uit de olijven geperst wordt, is, naar men zegt, het meeste gezocht. De gemeene wandeling, die gij op de afteekening ziet, en die men hier behalve de gewone benaming in deze landstreek, le Cours, ook Orbitelle noemt, beviel mij ook bijzonder, zoo als gij kunt begrijpen; aan beide zijden staan aanzienelijke gebouwen, en in het midden van de dreef drie altijd springende fonteinen, waar van de middelste warm water geeft; het is zeer helder; en heeft denzelfden smaak als gewoon bron- of rivierwater; boven aan de pijp, waar door het uit de fontein komt, is het tamelijk warm, doch onder in de kom slechts laauw. Deze bron werd in 1704 door eenige arbeiders, bezig zijnde met een vervallen huis, aan het eind van de voorstad des Gordeliers af te breken, wedergevonden; want zij was reeds bekend geweest bij de Romeinen, zoo als men tegelijkertijd uit de oudheden, die men ’er verder voortgravende vond, ontdekte7. De ouden schenen ’er een geneeskundig gebruik van te maken, en men schrijft ’er nog eenige kracht aan toe. De regering heeft daar voor dan ook groote en fraaije badhuizen laten bouwen, doch naar ik vernam werden zij weinig anders dan als gewone baden (bains domestiques) gebruikt. Voor de omwenteling had hier op Heiligen Sacramentsdag eene zonderlinge proçessie plaats, waarin onder anderen verscheidene menschen in eene misselijke kleeding gedrochtelijk toegetakeld, moetende duivels verbeelden, verschenen, en vele kromme sprongen langs de straat maakten: men noemde dit in het patois Provencal: lou grand juec deïs diables; dat is: Het groote spel der duivelen; en lou pichoun juec deïs diables, het kleine spel der duivelen; en deze duivelen gingen, let wel, in de Hoofdkerk de mis horen, maakten het teeken van het kruis, en namen wijwater.—Wat heeft men den Godsdienst niet met allerlei beuzelarijen en afzigtelijke ongerijmdheden overladen!!