Note 3 — Tiende Brief.
Reading edition
In ons logement aten wij ’s middags laat, namelijk te vijf uren, zoo men dat middag eten noemen kan, doch om tien uren ’s morgens ontbijt men ook met koteletten, gebakken visch enz., dat men dejeuner à la fourchette3 heet, en zoo doet men dan, even als te Parijs, maar twee maaltijden daags. Ik gebruikte doorgaans ’s morgens in een koffijhuis brood met limonade, vruchten of iets diergelijks, en las dan met een de nieuwspapieren. Voor het middagmaal betaalde ik aan de gemeene tafel in het logement met den wijn, hoewel ik ’er bijna niet van dronk, 4 livres. Het eten is ’er voor de landstreek vrij goed, en de tafel is zindelijk, en met orde gediend; schotels zijn ’er genoeg, doch ’er is doorgaans te weinig op, naar evenredigheid van de gasten, zoo dat men zich moest haasten, om van die, welke het meeste gezocht zijn, wat te krijgen; en dat vind ik al zeer onaangenaam, vooral als men uit nieuwsgierigheid het een en ander proeven wil. Het rund- en kalfsvleesch schaars zijnde, is de soep gemeenlijk schraal, veeltijds van pompoenen en eenige andere groentens gekookt, waar dan wat brood met olij bij gedaan wordt; dit schijnt voor ons zonderlinge kost, maar is toch zeer wel te eten. Schapenvleesch wordt het meeste gebruikt, en is ’er goed; dagelijks hadden wij versche en lekkere zeevisch, en behalve tongen en tarbot, eenige soorten, die men bij ons niet kent. Als le Rouget, een fijn en lekker vischje, rood van kleur; le Mulet, in het patois, Mujou, die zeer gemeen in de Middellandsche zee, en tevens een goede visch is: men vindt ’er verscheide soorten, waartoe ook die, onder den naam van vliegende visch bij ons bekend, behoort: La Dorade, de zeebaars (perche de mer) en meêr anderen, ook eet men ’er dagelijks versche Sardines, die gedroogd zijnde, wel wat overeenkomst hebben met de Sprot. De Marseillaansche Anchovis is beroemd; de beste wordt in de zee van Frejus gevangen, doch ik voor mij vind ze niet beter dan onze Bergsche. Ook levert de Middellandsche zee goede kreeften op, en waaronder ik ’er zag, die al vrij groot waren; hun kop en pooten zijn ruw en met scherpe puntjes, ook vond ik het vleesch, wreeder dan dat der noordsche; wij hadden ze bijna dagelijks op tafel, en men noemt die hier Lingoustes. Somtijds gaf men ons ook een soort van kleine schelpvischjes. Aubergines, pommes d’Amour, en gestoofde komkommers zijn de gewone groentens. Meloenen en vijgen, die hier uitmuntend goed zijn, hoewel ik ook bij ons meloenen gegeten heb, die niet minder goed waren, hadden wij in overvloed; men geeft die niet op het nageregt, maar na de soep, dit is in Frankrijk algemeen gebruikelijk, en men noemt deze geregten hors d’œuvres. Ik was verwonderd, van in dit jaargetijde nog zuiglammeren te eten; doch vernam, dat de schapen in deze landstreek tweemaal ’s jaars werpen. Gevogelte van allerlei soort vindt men hier zoo als bij ons en elders. Het gebak, taart en pasteiwerk, is meestal met olij of vet gereed gemaakt, doch ik heb het dikwils zeer lekker gevonden. Men eet hier ook eveneens als in Italië veel Macaroni. De vruchten, behalve de meloen en vijgen, beteekenen niet veel; de grond is te dor en te schraal. De persiken, die meestal geel zien, zijn droog en hard, zij houden zoo vast aan de steen, dat men ze ’er af moet snijden, men noemt hier dit soort des peches males in onderscheiding van die, welke bij ons algemeen bekend en hier in ’t geheel niet overvloedig zijn. De versche amandelen had ik haast vergeten, men geeft ze hier in hunne groene bolsters op tafel, en eet de pitten doorgaans met wat zout; ik houde ’er wel van. Deze vrucht wordt veel rondom Marseille geteeld, zij groeit gaarne op de hoogte, en is niet naauwnemend omtrent den grond. Uijen, meestal roode, en knoflook worden hier ook veel gebruikt, en in eene groote hoeveelheid van de plaatsen rondom aan de Middellandsche Zee aangebragt; deze vrucht is hier veel minder sterk dan in het Noorden, eveneens is het gelegen met de Spaansche peper, die men hier veel teelt; zij wordt in menigte groen aan de markt gebragt, en men eet ze doorgaans met zout en azijn. In deze landstreek maakt men ook een kost, dien men de meeste vreemdelingen voor geen lekkernij behoeft voortezetten; het is de zoogenaamde Beurre de Provence4, bestaande uit olijfolij, gestampte knoflook, en zout gemengd en geklopt zijnde, tot het een dikke pap wordt. De wijn is hier voor lieden, die ’er niet aan gewoon zijn, te zwaar, zoo als ik u reeds gezegd heb; ik kon ze volstrekt zonder veel water niet drinken. Doch zij, die ’er aan gewoon zijn, weten ’er niet van, en het komt mij voor, dat de Marseillanen over het algemeen een goed glas wijn drinken. Zij gelooven, dat het in deze luchtstreek gezond is. Brood wordt hier in zulk eene groote hoeveelheid niet gegeten, dan in andere deelen van Frankrijk, daar het koren overvloedig is; want Provence brengt maar zeer weinig koren voort. De zoogenaamde gemeene en landlieden eten veel brood en pap van Maïs (Turksche tarw). Voor een kamer met twee bedden betaalde ik hier ook 40 stuivers daags, doch daar voor moest ik ook wat hoog klimmen; anders is het duurder. De tafel is ook een van de duurste, die men hier vindt, en men kan elders wel voor £ 3–:–: te regt komen, waarvan ik tusschen beide dan ook al eens gebruik maakte. Men is in dit Hotèl zeer goed, en zoo zindelijk, als men in Holland verlangen zou5; zelfs zag ik de meid meêr dan eens ’s morgens het voorhuis uitschrobben, een verschijnsel, dat ik nog nooit in Frankrijk gezien heb. Weegluizen hebben wij ook niet bespeurd, doch van de muggen wordt men verschrikkelijk geplaagd, zoo dat men genoodzaakt is, om even als, op vele plaatsen, bij ons gazen gordijnen te gebruiken; de eene mensch schijnt ’er echter meer voor bloot te staan dan den anderen; ik had ’er weinig hinder van, terwijl mijn reisgezel op dezelfde kamer slapende somtijds met bulten gestoken werd.