Note 9 — Negende Brief.
Reading edition
Verder voortwandelende, zag ik in die zelfde wijk, naar het mij voorkwam, eene andere fraaije fontein, bestaande uit een kolom van granit of gespikkeld marmer, volgens de Jonische order, rustende op een rood marmeren voetstuk; boven op den kolom stond het borstbeeld van Homerus, en op het voetstuk las men aan den eenen kant: Les descendans des Phocéens à Homère, en aan den anderen kant: Le General Bonaparte, premier Consul etc. Charles de la Croix prefet etc. Aan den kant van de Boulevard was men bezig om een nieuwen Schouwburg, tot het vertoonen van kleine stukjes, Vaudevilles etc. te bouwen. Hij was bijna voltooid, en men moest ’er met den aanstaanden winter nog in spelen. De smaak voor het tooneel neemt nog dagelijks meêr en meêr toe onder de Franschen; doch mijns bedunkens is het de regte smaak niet; het schouwspel strekt bijna geheel ter voldoening van hunnen ligtzinnigen smaak, terwijl men het nut, ik meen het moreele nut, niet genoeg in het oog houd. Men was ook niet ver van hier in een gebouw, voorheen een Kerk, bezig met een luchtbol (ballon) te maaken, die al vrij groot was, een man te paard zittende, ik meen den vermaarden Blanchard zelven, moest daar binnen eenige dagen mede opstijgen. Men zou, dunkt mij, ook wel doen, om van dat gevaarlijk luchtreizen, waarin men het toch nooit verder schijnt te zullen brengen, aftestappen, om liever het geld, dat daar aan verkwist wordt (en dit bedraagt zeker eene aanmerkelijke som, want men houdt zich vooral in Frankrijk nog zeer veel met luchtbollen bezig) aan de aarde, waar van de bewerking nog voor zoo veel verbetering vatbaar is, te besteden: behalve dat, vind ik alle spelen of vertooningen, waar bij menschen, alleen om de aanschouwers te vermaken, hun leven of gezondheid wagen, zoo als luchtreizigers, koorddansers, paardrijders en diergelijken, in eene maatschappij, daar de goede order gehandhaafd wordt, ten eenemaal ongeoorloofd. Ik bezag eenige Kerken, doch vond ’er weinig bezienswaardig; in een van dezelve was een man in Turksche kleeding, en met een tulband op het hoofd, die zeer devoot de mis scheen bijtewonen; en behalve het ontdekken van zijn hoofd, dezelfde plegtigheden in acht nam als de anderen. De warmte was vrij dragelijk, en ik kon genoegzaam den geheelen dag wandelen; terwijl ik den vorigen dag verpligt geweest was, om mij op het midden van den dag in huis te houden. Krediet-brieven aan een’ koopman alhier hebbende, had ik gelegenheid, om naar den staat van den handel eenig onderzoek te doen. Het schijnt ’er ook hier in dit opzigt ellendig uittezien: de Amerikanen en Spanjaarden waren de eenigste, waarmede men nog iets deed; de Levantschen handel, die hier de voornaamste tak van commercie uitmaakte, en waar toe alleen eenige honderde schepen gebezigd werden, is door den oorlog schier geheel werkeloos, en met de Barbarijsche kust, Marocco enz. beteekent het ook zeer weinig, en geld en krediet ontbrak ’er algemeen, naar men mij verzekerde. De Marseillanen plagten ook veel met de Engelschen en Hollanders te handelen, maar ook deze handel staat thans genoegzaam stil. Verscheidene kooplieden, die ik sprak, en in hunne bezigheden zag, kwamen mij voor, wat hunne geaardheid aanbelangt, dezelfde soort van menschen te zijn, als de onze te Amsterdam, Rotterdam enz.; en men zou in een kantoor of pakhuis te Marseille zijnde, waar Kooplieden, Makelaars, Kantoorbediendens, Pakhuisknechts, enz. onder elkanderen bezig zijn, indien ’er geen Fransch gesproken werd, zich zeer wel kunnen verbeelden, dat men in Amsterdam of Rotterdam was. Goedkoop koopen, ’en duur verkoopen, is altijd de hoofdbedoeling en de beweegoorzaak van hunne daden en verrigtingen, en dit bedrijf schijnt eenen aanmerkelijken invloed op het karakter te hebben; echter meen ik, zonder partijdig te zijn, wat aanbelangt de ijver, orde, naauwkeurigheid, en vooral ook de goede trouw, mijnen landgenooten de voorkeur te mogen geven. De kooplieden van Marseille schenen in ’t geheel niet in hun schik met het tegenwoordig Gouvernement, en beschouwden het als een krijgsbestuur (Gouvernement-militair) nadeelig voor den koophandel, Bourbons-gezind schenen zij echter over het algemeen ook niet; het oude Aristocratisch-Republikeinsche zit ’er misschien nog wel wat in, vooral als de vrijheid en onafhankelijkheid opzigtens den handel daar door kon begunstigd worden; met één woord, de geest van koophandel (esprit de commerce) schijnt ’er, de algemeene geest (esprit public). Het nieuwe Fransche gewigt scheen hier ook weinig in gebruik; nu ik geloof ook, dat men moeite zal hebben, om, en wel de vreemdelingen vooral, daar aan te gewennen. Hier ziet men bijna in ’t geheel geen balance en gewigt, zoo als bij ons en elders in Frankrijk in gebruik, en men verkoopt veel bij het pond, zelfs tot de houtskolen toe, alles wordt schier gewogen aan ijzeren of houten staven, die de zwaarte aanwijzen, door een ijzeren of koperen bol, die men op zekere merken schuift9. In de winkels hangt deze staf doorgaans op een bepaalde plaats, met eene schaal ’er aan, doch anders heffen twee menschen die aan een stok op de schouders op, met de goederen die men ’er aanhangt; zoo weegt men in de pakhuizen en op de kaaijen, bij het afleveren van goederen enz. De goederen Worden hier meestal gedragen, door mannen, die men porte-faix noemt. Zij dragen op den rug en met twee aan een boom, doch niet zoo als bij ons de bierdragers achter elkander, maar naast elkander; zij hebben groote ronde hoeden op, en daar aan hangt een kussentje, dat hun in den hals ligt, hier op rust de draagboom. Ik geloof, dat op die wijze het geheele lichaam meer draagt, en het alzoo gemakkelijker is, dan dat de boom maar op eene schouder rust. Deze lieden maken een soort van Gilde uit, zoo als bij ons de zakkedragers, dat men le corps de porte-faix10 noemt. Hunne hoofden, die ’er goede order onder houden, bezitten in eene ruime maate het vertrouwen van de kooplieden, en schijnen zich dat vertrouwen ook waardig te maken.