Note 1 — Negende Brief.
Reading edition
Deze stad bevalt mij, en zal den meesten Hollanders, vooral den kooplieden, oppervlakkig wel bevallen; doch in dit saisoen is het ’er vrij warm, dus, als men wat zien wil, moet men den morgen en avondstond waarnemen; ik begon dan met den 7 dezer ’s morgens om 6 uren reeds uit te gaan; het eerste, dat ik ging bezigtigen, was de haven en de fraaije kaai, die dezelve aan drie kanten omringt. Zij lag vol schepen, doch de meesten waren om den oorlog onttakeld, rondom zijn een menigte winkels, pakhuizen, scheepstimmerwerven enz. Overal ziet men matrozen en zeelieden van onderscheidene natiën.—’t Was als of ik door den slag van eene tooverroede zoo eensklaps in eene van onze voorname Hollandsche koopsteden gevoerd was. Een goed gedeelte van deze kaai, vooral daar waar het koren gemeten wordt, is zeer netjes met kleine steentjes of klinkers gestraat. Hier ziet men ook een soort van kraan, om de masten in de schepen te zetten; de Marseillanen toonen dat den vreemden als iets bijzonders; doch mij dunkt, dat ik diergelijke werktuigen bij ons op meêr dan eene plaats gezien heb. Aan het eind van de haven, waar die aan zee uitkomt, wordt dezelve aan de zuidzijde beschermd, door het Fort Notre Dame de la Garde, dat op den top van een’ heuvel ligt, en een gedeelte van de reede bestrijkt, en lager door de citadel St. Nicolas. Aan de noordzijde is hare ingang gedekt door het Fort St. Jean. Ik verwonderde mij, dat ’er aan het eind geen ophaalbrug was, men moet zich met schuitjes, die men daar doorgaans vindt, van den eenen kant naar den anderen over laten zetten, of terug keeren; ik verkoos het eerste. Deze haven is, volgens de beschrijving, daar van zijnde, 500 toisen (3000 voeten) lang, en 200 toisen (1200 voeten) op haar breedst; men rekent, dat zij omtrent 800 schepen van onderscheide grootte kan bergen. Aan de noordzijde van de haven, zijn onder andere verscheide winkels van drogisten en kooplieden in koraal, die bij het stadje Cassis, omtrent 4 mijlen ten Z.O. van Marseille, aan den oever van de Middellandsche zee gelegen, gevischt wordt. Aan dezen kant staat ook het Stadhuis, waar de beurs onder is. Ik ontmoette verscheide kooplieden in Oostersche kleding, als Grieken, Turken en Joden, van Smirna, Aleppo, Alexandrie en vooral ook van de Barbarijsche Kusten, waarmede de Marseillanen zeer veel handel drijven. Aan het eind van dezen kant van de haven lag ook een menigte schuitjes, geladen met citroenen en oranges, zoo als bij ons met aardappelen: zij komen van de plaatsen rondom aan de Middellandsche zee; de vrouwen die ’er bij waren, hadden de haren in een zwart of rood zijden net met breede linten van dezelfde kleur, die op de schouders afhingen. Niettegenstaande de grond, rondom Marseille, dor en onvruchtbaar is, was de groenmarkt rijkelijk voorzien; doch deze overvloed is thans ook buitengemeen, en de overvloedige regen, dien wij gedurende eenigen tijd gehad hebben, was daar de oorzaak van. Meloenen in soorten zijn hier zeer overvloedig, en daar onder die zeer geurig en lekker zijn, ook ziet men ’er in menigte een soort van groote ronde pompoenen, die men hier Courges, in het patois Provencal Cougourde, noemt, men vindt ’er die over de 150 ponden wegen1, deze worden meest gebruikt om soep van te koken; en met vleeschnat ’er bij, is die niet onsmakelijk. Ook vindt men hier in overvloed een gewas, dat men Aubergines2, en een ander dat men pommes d’Amour3 noemt; deze worden hier zeer veel gegeten, doch ik vond ’er niet veel lekker aan, vooral niet aan de eerstgenoemde, die doorgaans in olij gebakken worden: met de pommes d’Amour, maakt men nog al smakelijke rinsche sausen. Op het midden van de groenmarkt staat eene fraaije fontein, en wat verder, eene groote loots, in den smaak van een Chineesche tent, met een tuintje rondom: men noemt het le Pavillon chinois. Deze tent is een koffijhuis, waar de beau monde van Marseille zoo Dames als Heeren, ’s avonds bij elkanderen komen, om Glaces en andere ververschingen te gebruiken; van binnen is het fraai en netjes opgeschikt met spiegels, schilderwerk enz., en daarbij wel verlicht. Dit paviljoen is het Frascati van Marseille: de stijve welvoeglijkheid wordt ’er dan ook zeer in acht genomen; men moet eenigzins naar de mode opgeschikt zijn, en zijn hoed afleggen; ook ziet men ’er niets anders dan een menigte strijkaadjes en dienaressen. Rondom aan kleine tafeltjes gezeten, fluistert men zachtjes tegen elkander, en en het is duidelijk te zien, dat het eene groepje zich bezig houdt met op het andere te letten. Ik vind anders deze soort van bijeenkomsten wel goed, men ziet elkander met weinig kosten; doch wilde dezelve meer in een’ burgerlijken en gemeenzamen trant hebben, en op die wijze zouden zij ook, dunkt mij, veel kunnen toebrengen, om het genoegelijke der zamenleving in ons Vaderland te vermeerderen; des goedvindende, zou men ’er ook meêr bepaalde bijeenkomsten of societeiten van kunnen maken, en ’er zelfs een boekerij bijvoegen; want het spel behoorde ’er, mijns bedunkens, niet toegelaten te worden: en waren diergelijke societeiten dan niet beter, dan die, welke alleen uit mannen bestaan, en in bijna alle onze Vaderlandsche steden maar al te veel zijn ingevoerd?—Was het niet beter, dat de huisvader ’s avonds met zijn vrouw en kinderen onder andere huisgezinnen, zoo als gezegd is, indien men het verkiest, bepaald tot een’ zekeren kring, een uurtje uitspanning ging nemen, dan dat hij alleen naar zijn societeit of collegie gaat, en zich bijna alle avonden, zoodra zeker uur daar is, en dat is al vroegtijdig, haast, om zijn huisgezin te ontloopen, en zijne vrouw en kinderen aan zich zelve overlaat. De kinderen, over welke de moeder dikwijls niet veel gezag heeft lopen, dan ook links en regts, en de vrouw ... wel deze verveelt zich ook natuurlijkerwijze dikwijls in de eenzaamheid, daar zij toch niet altijd in hare huishouding bezig kan zijn. Veeltijds is het laat in den nacht, eer vader uit zijn societeit of kollegie t’huis komt, terwijl moeder en de kinderen, die gemaakt hebben, dat zij een half uurtje te voren binnen waren, al slapende en geeuwende met het avondeten zitten te wachten. De man dikwijls door het spel of den wijn buiten zijn gewone humeur, (want wat wordt ’er anders al in die gezelschappen gedaan, dan gespeeld en gedronken,) zonder juist een speelder of dronkaard te zijn, is hij dan ook het aangenaamste gezelschap noch het beste voorbeeld niet. Deze bijeenkomsten voor mans en vrouwen wilde ik zomers buiten de stad in een aangenaam gelegen tuin, bij fraaije en liefelijke wandelingen hebben, waar tevens gelegenheid was tot eenige gezonde ligchaamsoefeningen als kaatsen, kegelen, in het touwtje springen, en diergelijke; ’s winters kon men hiertoe een geschikte zaal in de stad verkiezen; doch pracht en luxe moesten ’er verbannen zijn, en alle aanleiding tot verkwisting en buitensporigheden ten eenemaal afgesneden worden. Ligt Vaderlands bier, mij dunkt ik zie reeds hoe onzemodepopjes den neus hierbij optrekken4, prijs ik voor den gewonen drank aan. Men kon zich hier ook van tijd tot tijd in de muzijk oefenen, en Vaderlandsche liederen zingen, ter eere van onze Vaderlandsche Helden en groote Mannen, en ter aanmoediging van Vaderlandsche en huisselijke deugden5.—Onze natie weet nog niet genoeg den middelweg te houden tusschen het stijve, stroeve, ernstige en het losbandige, en mist daardoor vele genoegens der zamenleving, waartoe zij anderzins, door haar in zeer veel opzigten boven dat van andere natiën uitmuntend karakter, bij uitnemendheid toe geschikt is.