Note 4 — Drie en Twintigste Brief.
Reading edition
Den 27 dezer zag ik bij den Heer Lacour, voornaam schilder alhier, en correspondent van het Instituut te Parijs, eenige fraaije schilderijen en teekeningen. Onze landgenoot de Heer van Spaendonck, Professor in de schilderkunst, (zijnde een der voornaamste bloemschilders thans bekend) en lid van het Instituut te Parijs, had mij een aanbevelingsbrief aan dezen Heer medegegeven4. Onder de schilderijen die ik hier zag, waren eenige goede stukken van Nederlandsche meesters, zoo als Ruisdaal, Wouwerman, Teniers, Adriaan Brouwer, Poelenburg enz. Onder de teekeningen munten uit twee groote en uitvoerige met de pen op perkament, door Willem de Heer, in den smaak van Ostade; ook bezit de Heer Lacour eene zeer schoone schilderij, behoorende tot de Venetiaansche school, en zijnde waarschijnlijk van Sebastien del Piombo, ook Sebastiano Veneziano genaamd; het verbeeldt Judith in de tent van Holofernes, dien zij het hoofd heeft afgeslagen, het welk zij in een zak werpt, die door eene andere vrouw opgehouden wordt. Dit stuk is zekerlijk lang verloren geweest, zijnde zoo vuil en zwart, dat men niet kon erkennen, wat ’er op stond, toen de Heer Lacour het alleen om het paneel kocht. Gevallig ontdekte hij naderhand, dat het der moeite waardig zou kunnen zijn, om schoon te maken; het geen dan ook ondernomen werd, en men beklaagde zich zulks in ’t geheel niet. Daar de stukken van dien beroemden meester, en om de kunst, en omdat zij vrij zeldzaam zijn, veel geacht worden, zou deze schilderij, hoe schoon ook buitendien op zich zelve, nog van veel meerder waarde zijn, als men bewijzen kon, dat het van den voornoemden meester is. In eenige werken over de schilderkunst wordt gesproken van een gegraveerde plaat, verbeeldende de geschiedenis van Judith, naar eene schilderij van Sebastien del Piombo. De Heer Lacour en zijne vrienden te Parijs en elders, hebben zich al veel moeite gegeven, om deze plaat op te sporen; doch zijn daarin tot nog toe niet geslaagd. Zoo gij somwijlen gelegenheid mogt hebben, Vriend! om dien aangaande iets te ontdekken, laat dezelve dan niet voorbijgaan, zonder ’er het meest mogelijke gebruik van te maken. Den achtingwaardigen eigenaar van het stuk daar door dienst doende, zult gij mij tevens veel vriendschap bewijzen. In eene geschiedenis van het Oude en Nieuwe Testament, (Histoire de l’Ancien et Nouveau Testament) langwerpig 4to5, staat ook een plaatje, waar van de teekening, hoewel op zich zelve niet veel beduidende, naar deze schilderij schijnt gevolgd. De zoon van bovengemelden Heer Lacour, een bekwaam plaatsnijder, heeft dit stuk verkleind (want de figuren zijn weinig minder dan levensgrootte) geteekend, en is voornemens, om deze fraaije teekening eerstdaags in het koper te brengen. De Heer Lacour de vader is thans bezig aan een groot stuk, verbeeldende een gedeelte van de kaai en haven van Bordeaux; het gezigt van den kant des Chartrons genomen. Het wordt zeer fraai en naauwkeurig geschilderd, en de huizen enz. op de plaats zelve uitvoerig geteekend; het laat zich reeds aanzien, dat deze schilderij wel beantwoorden zal aan den roem van den meester.