← Table of contents
Reize door Frankrijk

Note 1 — Drie en Twintigste Brief.

Reading edition

Daar ik hier in een der voornaamstte wijnlanden van Frankrijk ben, en het omstreeks deze stad thans juist in het hartje van den wijnoogst (vendeange) is, wilde ik dien zien, en ging ten dien einde den 26en dezer naar het kasteel Hautbrion, 3/4 uurs van de stad, of van de St. Juliaans poort, (porte St. Julien) welke men uitgaat, gelegen. Die poort is een modern en niet onaanzienelijk gebouw. Door de voorstad, die ’er gnap uitziet, en een aangenamen weg, langs tuinen en wijngaarden loopende, komt men te Hautbrion. Men was ’er in het drukste van den oogst. De wijngaarden hier omstreeks doorloopende, vonden wij ’er eene menigte mannen en vrouwen, jongens en meisjes bezig, met de druiven te snijden, en ’er uit te dragen; zij zongen tusschen beide half Fransch en half Patois Gascon, en schenen zeer vrolijk. Een man met een stokje in de hand, was gesteld, om de kinderen in order te houden. Buiten den wijngaard werden de druiven in kuipen of tonnen op een kar, met twee ossen bespannen, geladen, en zoo naar het pershuis gebragt; bij dit pershuis was eene niet onaardige wooning. De rentmeester van het landgoed, waar van de eigenaar, naar hij ons verhaalde, te Parijs woonde, ontving ons, hoewel wij hem niet kenden, of geene de minste aanbeveling aan hem hadden, zeer vriendelijk, en liet ons de wijze, op welke de wijn gemaakt werd, zien. Als vele onzer landslieden zagen, hoe daar mede gemorst wordt, zij zouden ligt huiverig zijn, om ’er van te drinken1. In het pershuis waren twee vierkante houten bakken, hebbende naar gissing omtrent 10 à 12 voet lengte, even zoo veel breedte, en ongeveer 2 voet diepte; zij stonden eenige voeten van den grond verheven; in deze bakken werden de druiven geworpen, en vijf à zes menschen vertreden die dan met hunne bloote voeten, dit noemt men Fouler le Vin; het sap liep door een gat, aan de voorzijde gemaakt, in kuipen, en twee andere mannen droegen het van daar in eene andere groote en hooge kuip, daar zij met eenen trap naar toe moesten klimmen. Deze kuip was nog nieuw van eikenhout gemaakt, en met ijzeren hoepels omringd; de rentmeester verhaalde mij, dat dezelve £ 1500—gekost had; men verkiest voor diergelijke kuipen het eikenhout, hier omstreeks groeijende, boven het vreemde, omdat het minder hard is. In deze kuip liet men het sap en de verpletterde druiven 10 à 12 dagen staan, eer men ze verder uitperste en op vaten deed. De witte wijn, dien men hier minder teelt dan de roode, was reeds in de vaten, en gistte aanhoudend, zoodat de schuim door het bomgat, dat openstond, uitliep; deze wijn, hoewel pas 14 dagen oud, was reeds zuurachtig. Men liet ons ook den wijn van voorleden jaar, en van dien, welke eenige jaren oud was proeven; deze laatste vooral was zeer lekker. De wijn van Hautbrion behoort tot de beste en fijnste wijnen, die in deze gansche landstreek geteeld worden, doch om goed te zijn, moet men ze ouder laten worden dan doorgaans de Medoc, en ze niet eerder drinken, voor dat zij 5 à 6 jaren oud is. De druif is hier klein, donker van kleur, hard van schil, en niet zeer aangenaam van smaak. De wijnoogst was ook hier over het algemeen goed, echter hadden de wijngaarden door de voorjaarsvorst nog wat geleden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings