Note 3 — Dertiende Brief.
Reading edition
Behalve de oudheden is ’er aan de stad niet veel bijzonders te zien, en ’er zijn nog vele naauwe en kromme straten3, die eene misselijke tegenstrijdigheid opleveren, met een paar anderen, die in later tijd zijn aangelegd, en in het oog loopen door de ongemeene breedte. Het is hier thans zeer warm, doch men zeide mij, dat het weder ’er verbaasd ongestadig kan zijn, het geen men aan de zeewinden toeschrijft; ook heeft men in den zomer nevel- of mistluchten, die in ’t geheel niet gezond zijn, en wel eens zinkens en verkoudheden veroorzaken. Vele vreemdelingen, hier door afgeschrikt, haasten zich dan ook, om van hier, na dat zij de merkwaardigheden gezien hadden, weg te komen; ik voor mij geloof, dat men het, zoo als gewoonlijk, erger maakt dan het in der daad is; hoewel ik tevens moet bekennen, dat ’er de menschen, vooral het zoogenaamde gemeene volk, over het algemeen niet zeer gezond uitziet; maar het komt mij voor, dat men dit meêr op rekening van het aanhoudend zitten, bij het werk in de fabrieken, en bijzonder aan het afhaspelen, spinnen, enz. van de zijde, dat men hier tirages noemt, moet toeschrijven.—Zoo offert de arme zijne gezondheid op aan de weelde en hoogmoed der rijken, en wat is zijn loon? een weinig geld, en veel verachting, daar immers vele dezer groote pralers, die al dikwijls minder waard zijn dan het kleed, waar zij insteken, den wever en zijn weefgetouw beiden, beschouwen als werktuigen, ten zijnen dienste geschikt, en den ongelukkige het zuure stuk brood dat hij hem op die wijze laat verdienen, nog wel als een weldaad of bijzonder gunstbewijs aanrekenen.—Menschen! menschen! wanneer zult gij door meêr de eenvoudige natuur te naderen, en alzoo ook meêr aan uwe wezenlijke bestemming te voldoen, zoo vele schadelijke dingen, die gij tot een behoefte gemaakt hebt, afschaffen! Dit is het ware middel om vrijer, onafhankelijker, en dus wezenlijk gelukkiger te worden.—Want dezulken, die ’er zoo sterk voor zijn, om hen, die zij het gemeen gelieven te noemen, altijd zoo gemeen te laten, als maar eenigzins mogelijk is; en zich doorgaans behelpen met te zeggen: “die soort van volk is daar aan gewoon;” zullen mij toch wel goedgunstig gelieven toetestaan, dat gezondheid geen ingebeeld geluk, en ongezondheid eene alleronaangenaamste zaak is.