Note 4 — Achttiende Brief.
Reading edition
Ik heb u nog niet van onze reisgenooten gesproken. De voornaamste waren een gewezen Kapitoul van Toulouse, een bejaard Heer met zijne dochter, en een Gasconjer, die te Ausch op den wagen gekomen was, en voor zijn vermaak Bagnères ging bezoeken. Als men tegenwoordig een dag met iemand in Frankrijk op een postwagen zit, wordt men, hoewel ’er de menschen niet regtstreeks voor uit komen, al ligt gewaar tot welke politieke geloofsbelijdenis zij behoorden. Het viel mij dan ook niet moeijelijk om te ontdekken, dat de gewezen Kapitoul Bourbons-gezind was; de bejaarde Heer een voorstander van de tegenswoordige orde van zaken, en de Gasconjer tamelijk onverschillig, hoewel nog meer naar de oude dan naar de tegenwoordige regering overhellende, omdat de Provincien toen ook nog wat intebrengen hadden. Dat ik een Hollander, en een ijverige voorstander van een Republikeinsch bestuur was, stak ik onder geen stoelen of banken; niemand bestreed dit gevoelen meêr dan de bejaarde Heer, en wilde zelfs beweeren, dat ’er geen beter regeering was, dan een volstrekt willekeurig gezag (Despotisme absolu), dit hield hij onverzettelijk staande, en was ’er door geene kracht van reden aftebrengen. Wij verschilden dan alle in gevoelens van hem, en daar het gesprek, vooral met mij, al vrij ernstig begon te worden, trachtte de Gasconjer het op een ander onderwerp te brengen, en begon van de jagt te spreken, zeggende dat hij reeds verscheidene malen in de Pyreneën geweest was, en daar meêr dan eens jagtpartijen op Izards4, Wolven en Beeren had bijgewoond, en zelfs eens een Beer geschooten; een menigte zonderlinge omstandigheden ontbraken hier niet aan. Onze voorstander van het Despotisme, dit alles met zeer veel belangneming aanhoorende, vroeg nu, en dat in goeden ernst, of ’er ook aapen in de Pyreneen waren. Ieder had moeite om zich van lagchen te onthouden. Intusschen kwamen wij berg op berg af te Mielan, een dorp 4½ post van Ausch, alwaar wij het middagmaal moesten houden. De Gasconjer sprak hier eenigen tijd met den verdediger van het Despotisme alleen, en verhaalde ons daar na dat hij van hem vernomen had, dat zijn oogmerk was om naar Pau te gaan, en bezit te nemen van een post, die hij bij het Lycéum aldaar gekregen had. Dit verspreidde zeer veel licht over deze zaak. Ik denk echter niet dat hij te werk gesteld zal worden om onderwijs te geven in de Natuurlijke Historie.